Aanleiding tot het uitvoeren van onderhavig onderzoek vormt de voorgenomen sloop van een kapschuur van Staatsbosbeheer (SBB) aan de Boslaan 21 te Emmen. Op de locatie van de huidige schuur zal op korte termijn een nieuwe schuur verrijzen. Omdat de sloop- en bouwwerkzaamheden gepaard zullen gaan van bodemverstorende ingrepen is voorafgaand hieraan een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Dit is in overeenstemming met het Provinciaal Omgevingsplan van Drenthe (POP II) en het Verdrag van Malta, dat de bescherming van het cultureel erfgoed op Europees niveau beoogt.In opdracht van Management & Advies Collectief Groningen (MACG) heeft Archaeological Research & Consultancy (ARC bv) het archeologisch onderzoek uitgevoerd. Een archeologisch bureau-onderzoek is op 20 september 2006 verricht door mw. drs. S.A. Mulder, het inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van een geo-archeologisch booronderzoek en een aanvullende oppervlaktekartering vond plaats op 21 september 2006 door A. Wieringa en B. Schomaker. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de eisen die zijn geformuleerd in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA), versie 3.11 en de richtlijnen van de provincie Drenthe. Op het onbebouwde deel van het onderzoeksterrein is geen sprake van een bodemopbouw waarin in situ archeologica te verwachten is. Er lijkt sprake van natuurlijke bodemerosie, vermoedelijk veroorzaakt door zandverstuivingen. Het bebouwde deel van het terrein, dat circa 90% van het onderzoeksterrein beslaat, kon door de aanwezigheid van bestrating en een betonvloer slechts middels twee boringen op intactheid van de bodemopbouw worden gecontroleerd. Uit deze twee boringen, boringen 5 en 6, bleek dat de bodemopbouw tot respectievelijk minimaal 70 en 60 cm onder maaiveld verstoord was. Deze boringen lijken een goede indicatie voor de rest van het bebouwde terrein. In combinatie met de resultaten voor het onbebouwde deel van het onderzoeksterrein, die als indicatie voor de situatie van voor de bebouwing kunnen worden genomen, kan worden gesteld dat de algehele archeologische verwachting voor het gehele plangebied gering is.
Date: 20-09-2006 (aanvang onderzoek)
Date: 2006