Fortlaan in Numansdorp, gemeente Cromstrijen; archeologisch vooronderzoek: eenbureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase).

DOI

In opdracht van Samenwerkingsverband E.M.I. Thijs-Kolf en J.C. Kolf heeft RAAP in december 2017 een archeologisch onderzoek uitgevoerd in het plangebied Fortlaan in Numansdorp, gemeente Cromstrijen. De aanleiding voor dit onderzoek is het voornemen om op deze locatie een appartementencomplex te bouwen. Het onderzoek is nodig in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning, aangezien naar verwachting eventueel aanwezige archeologische resten bij toekomstige graafwerkzaamheden in het gebied zullen worden verstoord. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is derhalve verplicht conform het vigerend gemeentelijk beleid. Aan het plangebied was op grond van het bureauonderzoek een middelhoge verwachting toegekend voor archeologische resten uit de periode IJzertijd tot en met de Romeinse tijd. Resten uit deze periode werden verwacht in de top van het Hollandveen Laagpakket. Hoewel het veen in 4 van de 5 boringen niet is aangetroffen, kan in ieder geval met zekerheid worden gesteld dat het veen binnen het hele plangebied dieper dan 4 m –Mv ligt. In boring 3 is het veen aangetroffen vanaf 4,5 m –Mv. De grens tussen het veen en het afdekkende klastische pakket (Laagpakket van Walcheren) is erosief. In boring 4 zijn in het Laagpakket van Walcheren veenbrokken en een laag met veel complete schelpen en schelpfragmenten aangetroffen. Op grond van deze resultaten is het zeer waarschijnlijk dat de top van het veen in het hele plangebied is geërodeerd. Dit betekent dat eventueel aanwezige archeologische resten uit de periode IJzertijd tot en met de Romeinse tijd zijn verdwenen. De archeologische verwachting voor deze periode kan daarom naar laag worden bijgesteld. Aan het plangebied was op grond van het bureauonderzoek een middelhoge verwachting toegekend voor archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Resten uit deze periode werden verwacht vanaf de top van het Laagpakket van Walcheren. Uit de boringen is duidelijk geworden dat de ondergrond van het plangebied vrijwel overal is verstoord tot 1 m –Mv of dieper. Alleen ter plaatse van boring 5 is een verstoring van de ondergrond tot slechts 45 cm – Mv waargenomen. De verstoring van de bodem is toe te schrijven aan het langdurige gebruik van het plangebied (ten minste vanaf 1870) als siertuin. De diepste verstoring (1,8 m –Mv in boring 1 en 2,0 m –Mv in boring 3) kan worden toegeschreven aan een vijver/kunstmatige watergang die daar gelegen heeft. Op grond van deze resultaten wordt de kans dat er binnen het plangebied een intacte vindplaats uit de Late middeleeuwen of de Nieuwe tijd aanwezig is klein geacht. De middelhoge verwachting voor deze periode kan daarom naar laag worden bijgesteld. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geen vervolgstap in het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-XA2-H6XR
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-XA2-H6XR
Provenance
Creator J.H.F. Leuvering
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor A.M. Brinkman
Publication Year 2018
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact A.M. Brinkman (RAAP Archeologisch Adviesbureau BV.)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf; application/octet-stream
Size 6809; 160183; 6856; 2202; 16049; 4359
Version 2.0
Discipline Humanities