Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, gecombineerd verkennende en karterende fase) blijkt dat de bodemopbouw binnen het plangebied tot gemiddeld 90 cm -mv bestaat uit een geroerde/verstoorde laag van grijsbruin tot donkergrijs zwart gekleurd, zwak tot matig humeus, zwak grindig, zwak tot matig siltig, matig grof zand met resten puin, baksteen en plaatselijk plastic. Ook komen er veel hout- en wortelresten voor, ten gevolge van het recent verwijderen van begroeiing en bomen binnen het plangebied. Met een scherpe overgang bevindt zich hieronder direct de C-horizont, in de vorm van lichtgrijsbeige tot lichtgrijs gekleurd, plaatselijk zwak grindig, zwak siltig, matig grof tot zeer grof zand. Het betreffen sneeuwsmeltwaterafzettingen (daluitspoelingswaaier), behorend tot de Formatie van Boxtel. Dekzandafzettingen zijn binnen het plangebied niet aangetroffen.Op grond van de verstoorde bodemopbouw binnen het merendeel van het plangebied tot minimaal 20 cm in de oorspronkelijke top van de C-horizont en vaak dieper, waarbij het archeologisch sporenvlak verstoord zal zijn, en het ontbreken van archeologisch relevante indicatoren, adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Daarbij komt de nieuwbouw van de bouwmarkt te staan binnen die delen van het plangebied waar diepe bodemverstoringen zijn waargenomen en waar al graafwerkzaamheden hebben plaatsgevonden.