Samenvatting
In opdracht van DAF heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch inventariserend
veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd naar de locatie op het DAF-terrein te
Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo. Aanleiding voor het onderzoek is de eventuele
uitbreiding van het PACCAR Parts Distribution Center en de herinrichting van het
omliggende terrein. De aard, omvang en diepte van de ingrepen zijn nog onbekend.
Voorafgaand aan dit onderzoek, is een bureauonderzoek uitgevoerd. Het advies tot
vervolgonderzoek is goedgekeurd door de bevoegde overheid.
Het veldwerk voor het inventariserende veldonderzoek is verricht op donderdag 25-04-2024
door Tom de Rijk (senior KNA archeoloog en senior KNA prospector) en Kirsten Grothe
(KNA archeoloog MA en KNA prospector MA). Hierbij zijn 25 handmatige grondboringen
verricht met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 8 centimeter. De boringen
zijn uitgevoerd tot 0,3 m in de C-horizont of tot een maximale diepte van 1,8 m beneden
maaiveld. De boringen zijn gezet in een grid van 50 bij 40 meter. De boorpunten zijn
ingemeten met behulp van een RTK-GPS (Sokkia type GCX2).
Op basis van de resultaten van het veldonderzoek kan de in het bureauonderzoek
opgestelde gespecificeerde verwachting worden bijgesteld:
In het plangebied gold op voorhand een middelhoge archeologische verwachting voor de
periode vanaf het Laat Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen. Deze
verwachting was van kracht voor de top van het dekzand, indien hierin tekenen van
bodemvorming aanwezig zouden zijn geweest. Op dit niveau is echter lokaal een oude
bouwvoor waargenomen (AC-profiel) en op de overige locaties recente ophogingen en/of
verstoorde lagen tot direct op de C-horizont van het dekzand. Tekenen van bodemvorming
in een intacte top van het dekzand zijn niet waargenomen in het plangebied. Op basis
hiervan kan de middelhoge archeologische verwachting naar laag worden bijgesteld.
Vanaf de Late Middeleeuwen tot aan de 20e eeuw was geen bewoning bekend in het gebied
op basis van historische kaarten en de verwachting uit deze periode was dan ook laag.
Aanwijzingen om deze lage verwachting bij te stellen, zijn tijdens het veldonderzoek niet
gezien.
Volgens de indicatieve kaart militair erfgoed (IKME) zijn er geen aanwijzingen voor
slagvelden of militaire infrastructuur in of nabij het plangebied. De stad Eindhoven
(ongeveer 2 km ten westen van het plangebied) maakte onderdeel uit van Operation Market
Garden. Munitieartikelen en resten van loopgraven, versperringen etc. kunnen daarom niet
volledig uitgesloten worden. Tijdens het veldonderzoek zijn geen resten uit de Tweede
Wereldoorlog of aanwijzingen voor de aanwezigheid hiervan in de boringen of aan het
maaiveld(aangetroffen. Dergelijke individuele en lokale resten kunnen echter middels een
archeologische booronderzoek lastig in kaart worden gebracht, zodat de verwachting voor
deze periode ongewijzigd blijft.
Advies
Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt voor het
plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen. De voorgenomen bodemingrepen kunnen
echter niet zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd, aangezien het bevoegd
gezag een ander besluit heeft genomen (zie volgende paragraaf).
6 (16)
Selectiebesluit bevoegd gezag
Per 05-09-2024 is het rapport beoordeeld door Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant: de
adviseur van gemeente Geldrop-Mierlo. Deze veronderstelde dat in het plangebied enkel
ophogingen hebben plaatsgevonden, het dekzand daaronder nog intact is en dat daarom –
ondanks het ontbreken van sporen van bodemvorming – archeologische sporen voor
(kunnen) komen in het onderliggende dekzand.
Op basis hiervan is besloten dat een karterend/waarderend onderzoek middels proef-
sleuven noodzakelijk is in die gebieden waar bodemingrepen gepland zijn om de
(eventuele) aanwezigheid van archeologische sporen in het plangebied uit te sluiten.1
Voorafgaande aan een dergelijk gravend onderzoek, dient een Programma van Eisen
(PvE) opgesteld te worden. Het onderzoek dient uitgevoerd te worden door een
archeologisch bedrijf gecertificeerd voor het uitvoeren van archeologische opgravingen.
Voor de geplande sanering in bijna het gehele plangebied van de zware metalen-
verontreiniging tot 0,4 m -mv en de sanering van circa 100 m2 van de xylenen-
verontreiniging tot maximaal 3 m -mv is wel reeds besloten dat geen archeologisch
onderzoek nodig is.2 De sanering tot 0,4 m -mv vindt namelijk binnen het pakket
ophogingen plaats en voor de sanering tot 3 m -mv is geen bezwaar omdat dit een beperkt
oppervlak is.