In opdracht van Tauw BV heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Tractaatweg N62 in de gemeente Terneuzen. De aanleiding voor het onderzoek was de verbreding van de Tractaatweg tussen Terneuzen en de Belgische grens. Hierbij zal de bodem over een tracé van ca. 9 km verstoord worden. Er zijn 5 alternatieven vastgesteld voor de werkzaamheden. Bij alternatief 1-4 vinden de werkzaamheden plaats langs het tracé van de huidige Tractaatweg, waarbij het verschil tussen de alternatieven is gelegen in de breedte van de middenberm. Deze zal variëren van ruim 50 m (bij alternatief 1) tot 0,5 m (alternatief 4). Alternatief 5 bestaat uit een nieuw te realiseren weggedeelte, ten westen van de huidige Tractaatweg. Naar verwachting zal de bodem bij de werkzaamheden tot 1,5 m -mv verstoord worden. De planvorming en de uitvoering van de verbreding geschiedt door de Provincie Zeeland. Het onderzoek was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast en vond plaats in het kader van de opstelling van een Milieu Effect Rapportage (MER).In het plangebied geldt een middelhoge kans op resten uit het Paleolithicum en het Mesolithicum. Resten uit deze periode worden verwacht in de top van het Pleistocene dekzand. Op de geologische kaart zijn kreekafzettingen te onderscheiden, waar het zand aanzienlijk lager ligt. Hier is de top van het dekzand niet meer aanwezig. In de gebieden waar nog veen in de ondergrond aanwezig is, of waar dekzand binnen 120 cm -mv voorkomt is de top van het dekzand vaak nog redelijk intact. In het Mesolithicum raakte het plangebied bedekt met veen. In de Romeinse tijd werden delen van het veengebied ontwaterd en geschikt gemaakt voor bewoning. Eventuele resten uit deze tijd bevinden zich in de top van het veenpakket.e Tussen 350 à 400 n. Chr. en de 10e eeuw n. Chr. vond weinig bewoning plaats in dit gebied. Vanaf de 10e eeuw werd het kweldergebied gekoloniseerd. Uit de periode na de 10e eeuw kunnen dus resten verwacht worden in de top van het kleipakket.Tijdens het booronderzoek zijn gebieden onderscheiden met veen, met pleistoceen zand of met kreekafzettingen in de ondergrond. Rond boring 7 zijn mogelijk steentijdresten aanwezig op ca. 80 cm -mv. Rond boring 2 zijn mogelijk Romeinse resten aanwezig op ca. 245 cm -mv. In de top van het kleipakket kunnen resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd aanwezig zijn.ADC ArcheoProjecten adviseert om een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van een karterend booronderzoek, teneinde de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting aan te vullen en te toetsen. Deze boringen dienen gezet te worden op de plekken waar op basis van het bureauonderzoek een intacte top van het dekzand of het veen verwacht kan worden, met uitzondering van plekken waar tijdens het booronderzoek kreekafzettingen zijn aangetroffen. Ook dienen boringen gezet te worden op de plekken waar op basis van het bureauonderzoek een hoge verwachting geldt voor resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. In het gebied waar de hogedrukgasleiding aanwezig is, hoeft geen vervolgonderzoek uitgevoerd te worden. Indien de extra weg, die volgens alternatief 5 aangelegd zou worden, niet aangelegd wordt, kan dit deel van het plangebied ook worden uitgesloten van nader onderzoek. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een Plan van Aanpak (PvA) of Programma van Eisen (PvE).