A-23.0843: Reuver, Geul De Weerd-Reuver Reuver, Geul De Weerd-Reuver

DOI

Op 21 november 2024 heeft BAAC Archeologie & Bouwhistorie in opdracht van Arcadis Nederland B.V. een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het plangebied Geul De Weerd-Reuver in de gemeenten Beesel en Peel en Maas. Binnen het plangebied zijn verschillende ingrepen gepland die te maken hebben met het opnieuw meestromend maken van de bestaande, gedeeltelijk dichtgegroeide restgeul in het gebied.Uit archeologisch vooronderzoek komt naar voren dat voor delen van het plangebied (flanken van de rivierterrassen, terrasranden, oeverzones) een middelhoge verwachting geldt voor kampjes van jager-verzamelaars (steentijd), resten van boerennederzettingen (prehistorie t/m nieuwe tijd) en/of sporen uit de Tweede Wereldoorlog. Ook bevindt zich binnen het plangebied mogelijk een verdedigingswerk uit de late middeleeuwen-nieuwe tijd. Voor de restgeulen in het plangebied geldt een lage verwachting voor nederzettingsresten, maar wel kunnen hier losse vondsten van watergerelateerde objecten aanwezig zijn.Op basis van het vooronderzoek is geadviseerd om in de oeverzones archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek uit te voeren en op de flanken van de rivierterrassen een karterend booronderzoek.Verder is geadviseerd om haaks op de mogelijke verdedigingswallen een of meerdere proefputjes aan te leggen om de aard en opbouw van deze wallen te onderzoeken. Voor de gebieden met een lage verwachting is het advies om graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 1,5 m -mv extensief te begeleiden, vanwege de kans op bijzondere water gerelateerde datasets. Beide gemeenten hebben ingestemd met het door BAAC opgestelde advies. Wel geldt in aanvulling dat het geadviseerde proefsleuvenonderzoek niet alleen dient plaats te vinden ter hoogte van de oeverzones en de mogelijke verdedigingsstructuren, maar waar mogelijk ook in de verlaten Maasmeander. De kans wordt namelijk relatief groot geacht dat in deze restgeul zeer bijzondere datasets voor kunnen komen uit met name de late middeleeuwen-nieuwe tijd.Tijdens onderhavig proefsleuvenonderzoek is alleen het tracé onderzocht voor de toekomstige afwateringsbuis langs het fietspad. Dit tracé heeft een totale lengte van 312 m en is grotendeels gepland ter plaatse van de oeverwal van de Maas, waarvoor een middelhoge verwachting geldt voor resten uit de ijzertijd t/m middeleeuwen, en voor een klein gedeelte doorkruist het de restgeul. Het werkgebied voor de afwateringsbuis heeft een totaaloppervlak van 1.995 m2. Er zijn vier proefsleuven gegraven ter plaatse van de oeverwal van de Maas. De vijfde proefsleuf is vooralsnog niet aangelegd vanwege het ontbreken van betredingstoestemming. Het proefsleuvenonderzoek bevestigt de aanwezigheid van oeverafzettingen in deze zone van het plangebied. Dit pakket oeverafzettingen is gedurende een lange periode gevormd: van de ijzertijd tot aan het moment van kanalisering van de Maas in de 19e eeuw. In de oeverafzettingen daaronder is een begraven A-horizont aanwezig, die een ouder maaiveldniveau aanduidt. De top daarvan bevindt zich op een diepte rond 15,65 m +NAP (ca. 60 cm -mv).In dit niveau zijn meerdere sporen (kuilen en staaksporen) herkend. Plaatselijk is boven de begraven A-horizont nog een jongere A-horizont aanwezig, direct onder de bouwvoor (top op 16,00 m +NAP; ca. 35 cm -mv). Er is geen sprake van diepe verstoringen.Eén van de sporen die zichtbaar waren in de begraven A-horizont dateert op basis van vondstmateriaal uit de nieuwe tijd A-B. Deze datering geeft aan dat de begraven A-horizont tot in de loop van de nieuwe tijd het maaiveld heeft gevormd, en dat het daarboven gelegen dek dus relatief jong is. De overige sporen kunnen niet worden gedateerd met behulp van vondstmateriaal maar dateren in ieder geval van vóór de vorming van het bovenliggende dek. Op basis van hun stratigrafische ligging kunnen ze in principe dus uit de gehele periode van de ijzertijd tot in de nieuwe tijd dateren.Behalve deze sporen in de begraven A-horizont is een bermgreppel gevonden van het onverharde pad dat hier vroeger aanwezig was. Het vondstmateriaal in deze greppel dateert uit de perioden 1500-1850 en 1900-1950, hetgeen de relatief jonge datering van dit spoor bevestigt. Dat blijkt ook uit het feit dat deze greppel al op een hoger niveau, boven het spoorniveau in de begraven A-horizont, zichtbaar was. Een tweede greppel, dwars op de bermgreppel, is vermoedelijk een oude perceelgreppel die reeds vóór ca. 1811-1832 opgevuld is.De fysieke kwaliteit van de vindplaats in de begraven A-horizont scoort middelmatig (vier punten) en de inhoudelijke kwaliteit scoort met zes punten niet bovengemiddeld. Op basis hiervan wordt deze vindplaats op dit moment als niet-behoudenswaardig aangemerkt. Hierbij moet echter een kanttekening geplaatst worden. De dekkingsgraad vanhet proefsleuvenonderzoek is met 7,5% namelijk enigszins mager. Daarbij komt, dat een groot deel van twee van de vier proefsleuven bestaat uit een relatief jonge greppel. Daardoor is het kijkvenster voor oudere archeologische resten feitelijk nog kleiner. Om de dekkingsgraad van het onderzoek te verhogen is het voorstel om sleuf 7, die nog niet kon worden aangelegd, alsnog te onderzoeken. Dit vergroot de dekkingsgraad van het onderzoek tot 9,5%. In overleg zal het onderzoek in de zone ter plaatse van sleuf 7 uitgevoerd worden als een archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden. Daarnaast is het advies om op de locaties binnen de restgeul en kronkelwaard waar bodemverstorende werkzaamheden plaats zullen vinden, alsnog archeologisch onderzoek uit te voeren.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/WXTN1S
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/WXTN1S
Provenance
Creator BAAC BV
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Functioneel Applicatiebeheer GBO; BAAC
Publication Year 2025
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Functioneel Applicatiebeheer GBO (BIJ12)
Representation
Resource Type Dataset
Format image/jpeg; application/pdf; application/gml+xml; text/csv; application/zip; text/xml; application/x-msaccess
Size 4367434; 5831491; 5219095; 5289585; 4879715; 5096125; 5585196; 5529536; 5514432; 5768220; 4493158; 4675372; 5640308; 5474528; 5310011; 5531366; 5498666; 5738311; 5851017; 5835118; 5584566; 4354718; 5908652; 5922410; 5304751; 4978976; 4968840; 4385670; 5066456; 5034929; 5492130; 4463203; 4988371; 4951543; 5537753; 5335403; 5705706; 4955168; 5551456; 5661322; 5554816; 5532736; 5489004; 5371243; 5291433; 5496186; 5227834; 5367313; 6145640; 2268102; 4296288; 4558918; 4631835; 3979254; 2551188; 2393166; 3513016; 3205620; 61834; 367791; 207085; 44431; 255392; 1306; 1107; 50282; 6675; 222651; 28521; 17968; 5052; 136165; 4863; 5863; 139235; 20844; 4411; 6974; 13304; 41093; 3713; 6409; 802079; 2187793; 65756078; 1208; 19730432; 17628; 7131; 444; 363
Version 1.0
Discipline Humanities