Op 31 augustus 2004 is aan de Oosterseveldweg 16 te Oosterstreek, gemeente Weststellingwerf een inventariserend archeologisch veldonderzoek uitgevoerd (RD-centrumcoördinaten 207,90/544,40; voor de ligging zie Figuren 1 en 2). Op de onderzoekslocatie zijn zes grondboringen verricht. Het terrein ligt ongeveer 4,8 m boven het NAP en is momenteel in gebruik als grasland. De bodem van het plangebied bestaat uit een veldpodzolgrond met lemig fijn zand en keileem of potklei beginnend tussen 40 en 120 cm onder het maaiveld en tenminste 20 cm dik (classificatie bodemkaart Hn23 x, met grondwatertrap V: gemiddelde hoogste grondwaterstand minder dan 40 cm en gemiddelde laagste grondwaterstand meer dan 120 cm beneden het maaiveld). Uit het plangebied zelf en de directe omgeving zijn geen vondstmeldingen in het Centraal Archeologisch Archief (CAA) en geen terreinen van archeologisch belang in het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) aanwezig. De Fryske Archeologische Monumenten Kaart Extra (FAMKE) geeft aan dat voor zowel de periode steentijd tot en met bronstijd als de periode ijzertijd tot en met Middeleeuwen nader onderzoek noodzakelijk is. Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van HKB Stedenbouwkundigen, vertegenwoordigd door dhr. mr. J.G. Lindeman. De aanleiding wordt gevormd door de plannen voor de aanleg van twee visvijvers met bijbehorende voorzieningen op het terrein. Het doel van het onderzoek is vast te stellen of op het terrein nog onverstoorde archeologische grondsporen verwacht kunnen worden, füertoe is de bodem onderzocht op de gaafheid van het bodemprofiel en de eventuele aanwezigheid van archeologische cultuurlagen en voorwerpen.
Date: 31 augustus 2004 (uitvoering)