In opdracht van Arcadis, namens Rijkswaterstaat, heeft RAAP in de periode augustus – november 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (karterend en deels verkennend booronderzoek) uitgevoerd binnen het plangebied A27 Houten – Hooipolder. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning.De karterende fase van het IVO-O wordt gefaseerd uitgevoerd. Het in de eerste fase uitgevoerde onderzoek (hierna Fase 1 NGGO genoemd) omvat de advieszones binnen de gemeenten Nieuwegein, Gorinchem, Geertruidenberg en Oosterhout.De resultaten van het karterend (en deels verkennend) booronderzoek zijn binnen iedere gemeente in Fase 1 NGGO apart gerapporteerd.In onderhavig rapport worden de resultaten van het onderzoek in de gemeente Nieuwegein beschreven.Het betreft de advieszones HOOH-63 en HOOH-64 uit het verkennend booronderzoek (Coppens & Goossens, 2019a).Op basis van het verkennend booronderzoek is binnen het adviesgebied HOOH-63 een oeverzone van de Lek stroomgordel aangetroffen. Op deze oever, die vanaf -0,7 m NAP is aangetroffen, kunnen archeologische resten worden verwacht uit de vroege middeleeuwen of later.Binnen adviesgebied HOOH-64 is een oeverzone van de Wiersch stroomgordel aangetroffen. Deze oeverafzettingen komen vanaf -1,6 m NAP voor en worden bedekt door een dunne laag komklei met daarin een zeer duidelijke laklaag (vanaf -1,3 m NAP).Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het onderzochte deel van onderzoeksgebied HOOH-63 geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen daar geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht.Het noordwestelijke deel van deze advieszone is wegens het ontbreken van betredingstoestemming niet onderzocht. Uit de tijdens het verkennend booronderzoek (Coppens en Goossens, 2019a) in dit deel uitgevoerde boringen (1246 en 2002) bleek dit deel echter in een komgebied te liggen. Op basis van dit gegeven wordt ook hier geen vervolgstap uit het proces van de AMZ noodzakelijk geacht.In het hele onderzoeksgebied HOOH-64 blijken archeologische resten in de ondergrond aanwezig zijn.Het betreft archeologische resten uit het neolithicum die op een diepte van 1,75 à 3,0 m -Mv in de top van de afzettingen van de Wiersch stroomgordel aanwezig zijn. Om de aangetroffen archeologische resten te waarderen wordt geadviseerd een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven uit te voeren.