Laagland Archeologie heeft op 6 juni 2024 een Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven uitgevoerd bij Kaasboerderij De Brienenshof te Cothen, gemeente Wijk bij Duurstede (UT). Op het terrein is eerder archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek heeft uitgewezen dat de bodem in delen van het bouwterrein nog intact is en dat archeologische resten zijn te verwachten.Het bevoegd gezag heeft in een selectiebesluit besloten dat voor het plangebied vervolgonderzoek in de vorm van Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven noodzakelijk is.Het proefsleuvenonderzoek heeft tot doel gegevens te verkrijgen om de archeologische verwachting te toetsen en eventueel aanwezige vindplaatsen op te sporen en te waarderen. Op basis van de waardering kan de behoudenswaardigheid van de vindplaats binnen het plangebied worden vastgesteld. En diende antwoord te geven op de in het PvE opgestelde onderzoeksvragen Het onderzoek bestond uit een proefsleuvenonderzoek conform het SIKB KNA protocol 4003 IVO-P. Tijdens het proefsleuvenonderzoek is zijn oeverafzettingen op beddingafzettingen aangetroffen. Als gevolg van afdekking van de bodem door kuilvoedersilo’s was de bodem sterk verblauwd. In de top van de oeverafzettingen was een dikke A-horizont aanwezig, waarin diverse archeologische indicatoren, zoals baksteen, houtskool en gebruiksaardewerk aanwezig waren. Een dergelijk dikke A-horizont is kenmerkend voor oude woongronden en houdt vermoedelijk verband met de historische boerderij De Brienenshof, die zich vlak buiten het plangebied bevindt.Afgezien van de A-horizont zijn tijdens het proefsleuvenonderzoek geen archeologische sporen of vondsten aangetroffen. Vastgesteld kon worden dat binnen het plangebied geen archeologische vindplaats aanwezig is.Geadviseerd wordt om het plangebied vrij te geven ten aanzien van het omgevingsaspect ‘archeologische waarden’ en bij de vergunningverlening geen verderevoorwaarden te stellen ten aanzien van bodemroerende werken binnen het bouwvlak.De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Wijk bij Duurstede, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, Dhr. H.G. Pape-Luijten.Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed.nl).