IDDS Archeologie heeft op 24-1-2023 een Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, uitgevoerd aan de Bloemlandseweg 6 in Blaricum, gemeente Blaricum. De aanleiding voor dit onderzoek is de geplande sloop van de huidige bebouwing en de aanleg van een nieuwe woning met kelder. De kelder wordt onder de gehele nieuwe woning aangelegd en zal reiken tot een diepte van ongeveer 3,5 m -mv. De kans bestaat dat eventueel aanwezige archeologische waarden hierdoor verstoord dan wel vernietigd zullen worden.
Het doel van het proefsleuvenonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek. Vervolgens wordt een waardering van de archeologische waarden in het plangebied opgesteld. De vraagstelling is gericht op het inzicht verschaffen in de archeologische relicten in het plangebied.
Conform het Programma van Eisen dienden twee werkputten te worden aangelegd van 4x25 m (totaal 200 m2). De oostelijke werkput (WP1) kon worden aangelegd zoals gepland. De westelijke werkput (WP2) is vanwege de aanwezigheid van kabels, leidingen en bosschages in twee delen aangelegd (zuid: WP2 en noord: WP3). Op deze wijze is 151 m2 (ca. 7% van het plangebied) onderzocht.
De resultaten van het onderzoek zijn vergelijkbaar met andere resultaten in de directe omgeving van het plangebied en komen overeen met het booronderzoek. In Werkput 1 en 3 is de bodem nog intact aanwezig. Deze kan omschreven worden als enkeerdgronden met hieronder nog een deels intacte podzolbodem. Hierbij is alleen een B- en C-horizont waargenomen. In werkput 2 is een afwijkende bodemopbouw aangetroffen. Hier is geen restant van een B-horizont waargenomen en lijkt deze te zijn opgenomen in de bovenliggende deklagen.
Tijdens het proefsleuvenonderzoek is één vindplaats aangetroffen. Het betreft twee kuilen en twee paalkuilen die in het zuiden van werkput 1 zijn aangetroffen en die, op basis van één aangetroffen fragment handgevormd aardewerk in de bovenliggende laag, dateren in de prehistorie. Vermoedelijk betreffen dit sporen die in de periferie van een nederzetting hebben gestaan. Richting het noorden en westen zijn geen aansluitende sporen of vondsten aangetroffen in de werkputten. Tevens zijn alleen in het zuidelijke profiel van werkput 1 houtskoolspikkels in de bovenliggende B-horizont aangetroffen terwijl deze in de andere profielen afwezig waren. Hierdoor moet vermoed worden dat de sporen zich meer richting het oosten of zuiden vanaf de aangetroffen sporen bevinden.
IDDS Archeologie adviseert om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen civieltechnische werkzaamheden binnen de contouren van de nieuw aan te leggen kelder.