In maart 2020 is in opdracht van Bouwbedrijf Horevoorts B.V. door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd voor een plangebied aan de Looiersweg 2 te Alphen, gemeente Alphen-Chaam. De aanleiding voor het archeologisch onderzoek is de uitbreiding van de bestaande bebouwing binnen het plangebied waarbij het archeologisch (voor)onderzoek door de bevoegde overheid verplicht is gesteld als onderdeel van de omgevingsvergunning. Bij de aanlegwerkzaamheden kunnen eventuele archeologische waarden worden verstoord.Het totale plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 2.200 m2. Hiervan wordt concreet 310 m2 door nieuwbouw verstoord. Het boorplan, dat eerder ook was opgenomen in het door de bevoegde overheid goedgekeurde PvA, richt zich daarbij op het in beeld brengen van de bodemopbouw van het plangebied van 2.200m2, met een verhoogde intensiteit ter plaatse van de locaties aangemerkt ten behoeve van de toekomstige nieuwbouw. Het plangebied ligt aan de Looiersweg 2 in Alphen, gemeente Alphen-Chaam. Bureauonderzoek Het plangebied maakt onderdeel uit van het hogere deel van een groter dekzandplateau. Een verwachting op steentijd resten, die regulier meer richting de overgangsgebieden met de beekdalen verwacht worden, is daarmee beperkt. In de omgeving van het plangebied zijn diverse archeologische onderzoeken uitgevoerd en waarnemingen gedaan, met name uit de periodes tussen de ijzertijd en de late middeleeuwen. Uit deze periodes geldt dan ook een hoge verwachting voor onderhavig plangebied. Bewoning uit de nieuwe tijd wort niet verwacht: hiervoor zijn geen aanwijzingen op de historische kaarten. Vanwege de hoge kans op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied, is er binnen het plangebied een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennende fase, uitgevoerd. Deze methode – een verkennend booronderzoek bestaande uit 6 boringen per hectare - is er niet primair op gericht om archeologische resten op te sporen (hiervoor is de gehanteerde boordichtheid en –intensiteit te gering), maar is wel uitermate geschikt om: 1) de aard van de bodemopbouw te bepalen en 2) de bodemkwaliteit (de mate van intactheid van de oorspronkelijke bodemopbouw ) te bepalen. Vanwege de kleine omvang van het plangebied is gekozen voor een iets hogere boordichtheid dan gebruikelijk. Met de gehanteerde onderzoeksmethodiek kan ook goed de aan- of afwezigheid van de dekzandruggen- en welvingen, esdekken (kansrijke zones) of de lagere delen in het landschap (kansarme zones) worden bepaald. Booronderzoek Boring 1 kent een opbouw die onder het cunetzand bestaat uit een A- AC-C profiel. De aangetroffen AC-horizont is een duidelijke menglaag, waarin ook de oorspronkelijke top van de C-horizont is opgenomen. Ter plaatse van boring 1 bleek de menglaag 0,25 m dik en gaat dan geleidelijk over in de C-horizont. Bij boring 2 en 4 is een verstoorde esgrond waargenomen, bij boring 3 is een min of meer onverstoorde A(an) –horizont aanwezig. Bij alle drie deze boringen is vanaf 0,8 tot 0,9 m-mv (23,85 tot ca 24,00 m + NAP) een bruine laag aanwezig. Hieronder is de licht beige gele C-horizont aangetroffen. Tijdens het booronderzoek is in boringen 2 , 3 en 4 een bodemopbouw aangetroffen die het aannemelijk maakt dat de oorspronkelijke top van de C-Horizont nog aanwezig. In het westelijk deel van het plangebied, bij boring 1 is dat niet het geval. Daarom luidt het advies om voorafgaand aan de nieuwbouw met een proefsleuvenonderzoek (eventueel variant begeleiding) in de zone van boringen 2 en 3 vast te stellen of er sprake is van een concrete archeologische vindplaats. Mocht blijken dat in de top van de C-horizont inderdaad archeologische resten aanwezig zijn, dan dienen deze conform de KNA-waarderingssystematiek ook daadwerkelijk gewaardeerd te worden. Het product van de waardering is een tekstbijdrage in het onderzoeksrapport en een advies naar opdrachtgever en de bevoegde overheid over de mate van behoudenswaardigheid van de aangetroffen resten. Eventueel kan de opdrachtgever er ook voor kiezen om af te zien van de archeologische proefsleuven. Het advies is dan om een opgraving ter plaatse van de bouwkuip uit te voeren. Nadat de archeologen het archeologisch onderzoek hebben uitgevoerd kan de bouwkuip als zodanig archeologie vrij aan de opdrachtgever worden opgeleverd en kan de bouw verder. Voor beide onderzoeksmethoden is een door een certificaathouder opgesteld archeologisch programma van eisen nodig dat voorafgaand aan start veldwerk door opdrachtgever en de bevoegde overheid is goedgekeurd.Bovenstaande is een selectieadvies. Het nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan de bevoegde overheid, de gemeente Alphen-Chaam. Onderhavige rapportage is twee keer beoordeeld door het bevoegd gezag. In de ogen van het bevoegd gezag zijn niet alle gemaakte opmerkingen goed genoeg verwerkt. Daarom gingen zij niet akkoord met dit rapport. Wel namen zij het selectieadvies over tot uitvoeren van een archeologisch proefsleuvenonderzoek.
Antea Group Archeologie 2020/37