Plangebied glasvezelnetwerk in de kernen Schalkwijk, Tull en 't Waal, en ‘t Goy te Tull en 't Waal, Molenbuurt, Schalkwijk & 't Goy, gemeente Houten; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

DOI

In opdracht van Circet Nederland heeft RAAP in december 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied glasvezelnetwerk in de kernen Schalkwijk, Tull en 't Waal, en ‘t Goy te Tull en 't Waal, Molenbuurt, Schalkwijk & 't Goy in de gemeente Houten. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan:  Ter plaatse van afzettingen van stroomgordels in de ondergrond is sprake van een verwachting op de aanwezigheid van resten van bewoning en bebouwing uit de periode vanaf het midden neolithicum tot heden. Resten vanaf de bronstijd zijn in en direct rond het plangebied daadwerkelijk aangetroffen. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Dit – en de uitvoering van vervolgonderzoek – is te voorkomen door de geplande ingrepen zoveel als mogelijk uit te voeren op plekken waar de bodem reeds is verstoord ten behoeve van kabels en leidingen. Dit is vooral van belang voor de zes gestuurde boringen onder de Wickenburghseweg door, die aan de westzijde lijken te eindigen in een beschermd Rijksmonument, een terrein met resten van een kasteel en een steen-/pannenbakkerij uit de late middeleeuwen (nr. 831). Hier zijn vanuit de rijksoverheid geen ingrepen toegestaan anders dan met een ontheffing. Het traject om aan een dergelijke ontheffing te komen is langdurig (minimaal 26 weken), intensief en niet gegarandeerd succesvol. Daar waar het verplaatsen van ingrepen niet mogelijk is, wordt geadviseerd om in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen. Om de gespecificeerde verwachting te toetsen, wordt op basis van de huidige plannen vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een karterende fase van inventariserend veldonderzoek ter plaatse van die ingrepen die zich bevinden in een zone met een archeologische dubbelbestemming, waar geen reeds bestaande kabels en leidingen liggen en waar verwacht kan worden dat de bodem nog ongestoord is. Doel van dit onderzoek is de opbouw van de bodem te bepalen, eventuele verstoringen vast te stellen en in onverstoorde bodem archeologische resten op te sporen. Gezien de prospectiekenmerken van de verwachte archeologische resten, de aard en omvang van de individuele ingrepen en de reeds aanwezige verstoringen, is een karterend onderzoek met behulp van boringen niet geschikt. Proefsleuven is dan de geëigende methode voor karterend vervolgonderzoek (zie ook https://pom.cultureelerfgoed.nl). Gezien de omvang van de geplande ontgravingen en het feit dat ze op de openbare weg plaats vinden adviseren wij dit karterend onderzoek uit te voeren in de vorm van een begeleiding. Daarbij wordt in eerste instantie bepaald of zich archeologische resten in de bodem bevinden (karteren). Worden deze aangetroffen dan wordt bepaald of ze de moeite van het documenteren en veiligstellen waard zijn (waarderen) om vervolgens opgegraven te worden waar dat zo blijkt te zijn. Aangezien de geulen slechts 30 cm breed zijn en 60 cm diep en daardoor nauwelijks mogelijkheden tot het doen van waarnemingen bieden en omdat de persingen en gestuurde boringen in het geheel geen waarnemingsmogelijkheden bieden, wordt geadviseerd de begeleidingen alleen uit te voeren ter plaatse van de in- en uittredepunten van de gestuurde boringen die in ongeroerde grond (buiten een 1 m brede strook rond kabels en leidingen) worden uitgevoerd en die op basis van de verkennende fase van het onderzoek in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. De ontgravingen door deze in- en uittredepunten bieden wel goede waarnemingsmogelijkheden. Daarnaast wordt geadviseerd om alle gegraven ingrepen archeologisch te laten begeleiden, ook buiten de archeologische dubbelbestemmingen en ook in verstoorde grond, in de vijf zones waar menselijke resten kunnen worden aangetroffen. In deze zones van 50 m rond een kerk, klooster of bekende graflocatie bestaat een kans op de aanwezigheid van menselijke resten in de bodem. Wanneer deze worden aangetroffen, kunnen deze worden gedocumenteerd en geborgen, ook wanneer ze niet meer in context liggen (en de kans daarop is groot) en in archeologische zin mogelijk relatief weinig inhoudelijke kennis opleveren. Het is echter niet wenselijk aangetroffen menselijke resten niet ordentelijk te bergen. Bij archeologische begeleiding loopt een archeoloog of archeologisch team mee tijdens de civiele werkzaamheden. Doorgaans wordt in de planning van deze werkzaamheden rekening gehouden met enige flexibiliteit, zodat de werkzaamheden – bijvoorbeeld elders – kunnen doorgaan als de archeologen aangetroffen vondsten aan het waarderen of documenteren zijn. Archeologische begeleiding vindt plaats op basis van een door de overheid goedgekeurd Programma van Eisen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).

Date Submitted: 2022-04-15

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-X9H-9G7Z
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-X9H-9G7Z
Provenance
Creator R.A.C Kroes
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor M. Hemminga; RAAP Archeologisch adviesbureau
Publication Year 2022
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact M. Hemminga (RAAP Archeologisch Adviesbureau BV.)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/zip; application/pdf
Size 24739; 12053317
Version 1.1
Discipline Humanities