Windturbinepark Q4 en kabelroute naar de Nederlandse kust

DOI

In opdracht van Pondera Consult heeft Periplus Archeomare BV een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied van een nieuw aan te leggen Windturbinepark Q4 en kabelroute naar de Nederlandse kust. Hierbij worden de blokken Q7 en Q8 doorkruist.Op basis van historische en aardwetenschappelijke gegevens kan worden geconcludeerd dat een deel van het plangebied (top pleistoceen) ooit geschikt is geweest voor menselijke bewoning. Voor het plangebied van de windturbines zal deze archeologische laag verstoord worden. Voor de kabelroute ligt de laag beneden de verstoringdiepte waardoor deze niet bedreigd wordt.Naast mogelijke prehistorische bewoningsresten bestaat de kans op de aanwezigheid van (historische) scheepswrakken of wrakresten in de plangebieden. Eventueel aanwezige scheepsresten zullen matig tot goed in de bodem geconserveerd zijn afhankelijk van de sedimenten, waarin of waarop de wrakken rusten.Op basis van de concrete verwachting voor mogelijk waardevolle scheepswrakken wordt geadviseerd om Inventariserend Veldonderzoek (opwaterfase) uit te voeren. Voor deze vervolgfase is een Programma van Eisen (PvE) vereist.Omdat, voorafgaande aan de bodemingrepen, gewoonlijk een zogenaamde geofysische route- en site survey zal plaatsvinden, kunnen de hieruit verkregen gegevens gebruikt worden als vervanging voor een apart archeologisch veldonderzoek. De gegevens dienen dan wel geanalyseerd en gerapporteerd te worden door een gecertificeerde specialist (senior prospector waterbodems). Voorwaarde is wel dat de data kwaliteit van de geofysische metingen voldoende is. Hiervoor dient de technische Scope of Work afgestemd te worden op het Programma van Eisen alvorens met de surveywerkzaamheden te beginnen.Voor het plangebied van het windturbinepark kan op basis van de gegevens van het subbottom onderzoek, gecombineerd met de boorgegevens het pleistocene paleolandschap gereconstrueerd worden waarop zich mogelijke prehistorische resten bevinden.Voor de kabelroute kan aan de hand van de side scan sonar – en subbottom gegevens worden bekeken of de kabel moet of kan worden omgelegd binnen de corridor die is gesurveyed en waarvoor een vergunning is afgegeven. De eventuele verdere inspectie van gevonden contacten, die mogelijk van archeologische waarde zijn, wordt vastgesteld in overleg met de opdrachtgever en de RCE.Indien uit dit onderzoek blijkt dat geen archeologische waarden zichtbaar en/of aanwezig zijn in het verstoringsgebied kan de RCE als bevoegd gezag het gebied vrijgeven voor de geplande activiteiten.Over het algemeen geldt, dat tijdens het leggen van de kabel of het plaatsen van de windturbines de uitvoerder en/of de toezichthouder erop gewezen dienen te worden dat er een kans bestaat op het aantreffen van (resten van) waardevolle scheepswrakken of andere archeologische waarden. Eventuele vondsten dienen zoals in de Monumentenwet staat omschreven direct gemeld te worden aan het bevoegd gezag (RCE). Vervolgens dient de vondst conform de AMZ-cyclus onderzocht te worden zoals voorgeschreven in de KNA waterbodems.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-xjj-nvg8
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-xjj-nvg8
Provenance
Creator R. van Lil
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor s Brenk, van den; S. van den Brenk (Periplus Archeomare); Periplus Archeomare
Publication Year 2017
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact s Brenk, van den (Periplus Archeomare)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml
Size 5013956; 7380; 7423; 940; 2628
Version 1.0
Discipline Humanities