Volgens het bureauonderzoek door Econsultancy ligt de locatie waarschijnlijk op een dekzandrug, nabij de overgang naar een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden.Uit de AHN blijkt dat de locatie op een tweetal eenmans-essen ligt, die deel uitmaken van een kluster van eenmansessen Volgens de bodemkaart worden er hoge enkeerdgronden aangetroffen. Ten noorden van de locatie komen veldpodzolen voor. De locatie heeft een hoge trefkans voor archeologische resten vanaf het Laat-Paleolithicum. Uit de omgeving zijn geen archeologische monumenten bekend en slecht ekele waarnemingen van vondsten uit de Late Middeleeuwen. De onderzoekslocatie is, zo blijkt uit historisch kaartmateriaal, altijd als akkerland in gebruik geweest. Het zuidelijke deel van de locatie maakt deel uit van een boerenerf.De verschillende eenmansessen waren in het verleden waarschijnlijk begrensd door houtwallen.Het karterend inventariserend booronderzoek heeft aangetoond dat de locatie inderdaad op een dekzandrug ligt. In vier boringen (2-5) is het restant van een eerddek aangetroffen, waarbij het eerddek tot een diepte van 90 tot 180 cm -mv is vermengd met het oorspronkelijke moedermateriaal. In boringen 1 en 7 werd een eerddek aangetroffen, met daaronder de restanten van een veldpodzol. Het eerddek in boring 7 is vergraven. In boring 6 ten slotte, werd een veldpodzol aangetroffen.De boringen met een (deels) intact podzol profiel zijn bemonsterd en gezeefd.Hierbij zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Bij een oppervlakte kartering van het zuidelijke deel zijn ook geen archeologische resten aangetroffen.Geconcludeerd kan worden dat de bodem op een groot deel van de locatie sterk vergraven is. Hierdoor is de kans dat er nog intacte archeologische resten en sporen aanwezig zijn, klein. Alleen diepere grondsporen (paalsporen, waterputten) met name uit de Late Middeleeuwen zouden bewaard gebleven kunnen zijn. Daar waar de bodem deels intact is, zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.Dit wil overigens niet zeggen dat hier geen archeologische resten voorkomen. Bij een lage vondstdichtheid is de kans op het aanboren van vondsten klein en mogelijk aanwezige grondsporen laten zich niet doormiddel van een booronderzoek aantonen. De archeologische verwachting niet verstoorde terreindelen blijft dus hoog.
Issued: 2010