In opdracht van Aan de Stegge heeft ARC bv een definitieve archeologische opgraving uitgevoerd op de percelen Hondevoort 7 en 7b te Eibergen, waar zes seniorenwoningen worden gebouwd. Uit eerdere onderzoeken is gebleken dat het plangebied op de flank van een stuwwal ligt en dat zich hier behoudenswaardige archeologische resten bevinden. Gezien de lage sporenverwachting in de lage delen van het plangebied is door de bevoegde overheid besloten dat alleen de hogere delen opgegraven dienden te worden. Deze delen betreffen de (noord)oostelijke helft van het terrein, waarbij de loop van de stuwwal is gevolgd.Op het terrein is een esdek aanwezig, met daaronder de C-horizont (het dekzand).Op bepaalde delen van het onderzoeksterrein is een restant van een vrij dikke Bhorizont aanwezig. In de werkputten is een aantal sporen aangetroffen, voornamelijk bestaande uit (paal)kuilen. De sporen bevinden zich onder het esdek in de C-horizont en voornamelijk de hoogstgelegen delen van het onderzoeksgebied. Uit de paalkuilen is een drietal (delen van) structuren te reconstrueren: een huisplattegrond van het type Hijken (Midden-IJzertijd, doorlopend tot in de Late IJzertijd) en twee bijgebouwen (spieker en mogelijke schuur). De huisplattegrond en de spieker zullen tot dezelfde bewoningsfase horen. De mogelijke schuur is iets ouder of jonger. Ook zijn een viertal afvalkuilen gevonden.Op grond van een combinatie van typochronologische kenmerken wordt het aardewerk, dat veelal uit de sporen afkomstig is, geplaatst in de (gevorderde) Midden-IJzertijd. Gezien de relatief geringe hoeveelheid en de uniformiteit van het materiaal lijkt het aardewerk op een betrekkelijk korte gebruiksperiode te wijzen.Het natuursteen is deels verband en kan een rol hebben gespeeld in de aardewerkproductie (magering). Eén steen zou een mogelijk fragment van een wrijfsteen kunnen zijn. Op basis van de velddocumentatie en de verspreiding lijkt het waarschijnlijk dat het natuursteen bij aangetroffen structuren horen. Van het vuursteen bestaat de helft van de artefacten uit klingen, met daarnaast een kernvernieuwingsafslag en een kern. Het vuursteen dateert in de periode Mesolithicum – Neolithicum. Gezien de verschillende datering van de structuren en het vuursteen, betekent dit dat deze vondsten niet bij de aangetroffen structuren horen. De mogelijheid bestaat dat een deel van het vuursteen uit de onderste lagen van het esdek komt en dat aangevoerd materiaal betreft.
Date Submitted: 2013-02-06
Issued: 2012-03-12