De gemeente Terneuzen heeft het projectplan Totaalplan Binnenstad Terneuzen opgesteld om de inrichting van de binnenstad te herstructureren. Dit plan concentreert zich op enkele buurten en straten, maar omvat eigenlijk het gehele gebied van de binnenstad en aansluitende delen. Hierbij zullen in delen van het plangebied bodemingrepen nodig zijn. In het kader van de benodigde omgevingsvergunning voor een Binnenplanse OmgevingsPlanActiviteit (OPA) heeft Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed voorliggend Archeologisch Bureauonderzoek uitgevoerd.In het kader van het bureauonderzoek werd een groot aantal bronnen bestudeerd die geleid hebben tot een gespecificeerd verwachtingsmodel voor het plangebied. Hieruit komt het volgende naar voren: In het plangebied zijn geologische en landschappelijke fenomenen, maar ook menselijk handelen door de eeuwen heen sterk bepalend geweest voor enerzijds de mogelijke nederzettingskeuze en voor anderzijds hetgeen nog rest van de mogelijk aanwezige archeologische niveaus. Het onderzoek heeft aangetoond dat de pleistocene ondergrond bestaat uit fluviatiele afzettingen van de Formatie van Koewacht (top op diepten van 3,75 tot 6,50 m -NAP), op de meeste plaatsen afgedekt door een laag eolisch dekzand (Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel; top op diepten van 1,05 tot 5,00 -NAP). Gedurende het Holoceen raakte het plangebied afgedekt door een 1 tot 4 m dikke laag veen van de Formatie van Nieuwkoop (intacte top op diepten van 0,6 m +NAP tot 1,79 m -NAP). In de loop van de Romeinse tijd begonnen meerdere afzettingsfases van het Laagpakket van Walcheren, waarbij in een oostelijk deel van het plangebied (deelgebied B) tot grote diepte erosie heeft plaatsgevonden door de kreek de Blijde, die hier volgens historische gegevens in de 12de en 13de eeuw stroomde. Uit de historische gegevens komt tevens naar voren dat de Blijde verzandde, waarna begin 14de eeuw de Axelse Vaart werd aangelegd en dat Terneuzen als nederzetting ontstond ter hoogte van de uitmonding van deze vaart in de Honte (Westerschelde). De hypothese wordt aangehouden dat Terneuzen ontstond op en rond de tegenwoordige Noordstraat en dat de Noordstraat een oorsprong heeft als dijk. Terneuzen had al in de Middeleeuwen een sluis en ontwikkelde zich als overslagplaats en haven. In de Tachtigjarige Oorlog werd er een omgrachte vesting aangelegd. Begin 19de eeuw werden twee kanaalarmen aangelegd. Na 1830 werden wederom vestingwerken met grachten aangelegd alsook een uitwateringskanaal. In een klein noordelijk deel van het plangebied heeft volgens de Geologische Kaart van Nederland diepe post-middeleeuwse erosie plaatsgevonden.Uit dit alles volgt dat in delen van het plangebied hoge en middelhoge verwachtingen gelden voor perioden vanaf het Paleolithicum tot en met de Late Nieuwe Tijd. Gelet op de geologische gegevens is het plangebied opgedeeld in verschillende deelgebieden met elk hun specifieke archeologische verwachtingen. Ter plaatse van in de Nieuwe Tijd gegraven vestinggrachten en kanalen zijn deze verwachtingen voor specifieke, maar niet altijd alle, perioden naar laag bijgesteld.