In opdracht van de gemeente Oirschot heeft BAAC een Inventariserend Veldonderzoek proefsleuven (IVO-p) uitgevoerd in het plangebied Moorland, Veld 7. De aanleiding voor het archeologisch onderzoek is de voorgenomen realisatie van een woongebied waarbij een gerede kans bestaat dat archeologische waarden vernietigd zullen worden.Het plangebied ligt ten zuiden van de bebouwde kom van Oirschot, in de gemeente Oirschot. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 2,36 ha. De oppervlakte van het onderzoeksgebied is 2,23 ha. De oppervlakte van de proefsleuven, bedraagt 1690 m2. Het plangebied bevindt zich 500 m zuiden van de historische kern van Oirschot, en is gelegen op een dekzandrug. De natuurlijk ondergrond vertoont ter plekke van het plangebied weinig hoogteverschillen. Van oorsprong was het waarschijnlijk een nat gebied. Als gevolg van ploegen is geen sprake meer van een oorspronkelijk bodemopbouw. Aangezien de bouwvoor binnen het plangebied dikker is dan 50 cm is sprake van een hoge zwarte enkeerdgrond. Tijdens het onderzoek zijn drie prehistorische sporen aangetroffen. De aard van de vindplaats, ofwel het complextype, is onbekend. Daarvoor is de hoeveelheid en verscheidenheid aan sporen te gering. Uit de late middeleeuwen dateert slechts één spoor en een beperkte hoeveelheid vondstmateriaal. Uit de nieuwe tijd daarentegen zijn wel veel sporen aangetroffen zoals (paal)kuilen, grondverbeteringssporen, een muur(uitbraak), potstallen en een waterput. Deze sporen zijn de archeologische resten van het gehucht Hei-Eind. Op de kadasterkaart 1811-1830 bestond Hei-Eind uit vijf boerderijen, deels gelegen aan een driehoekig pleintje. Binnen het plangebied worden twee boerderijerven van dit gehucht weergegeven. De oudste tijdens dit onderzoek aangetroffen boerderijlocatie dateert waarschijnlijk uit het eind van de 16e-17e eeuw. Gevonden werd een waterput, een baksteenconcentratie en meerdere (paal)kuilen. Uit het eind van de 18e, begin van de 19e eeuw dateren twee andere boerderijen met resten van muur(uitbraken), (paal)kuilen en twee potstallen. Deze boerderijen zijn eind 19e eeuw gesloopt. De meeste greppels die werden aangesneden komen overeen met de kadastrale kaart uit 1811-1832. Door gebrek aan vondstmateriaal is echter niet duidelijk wat de begindatering van het perceleringsysteem is. Grondverbeteringskuilen in het zuidoostelijk deel van het plangebied verwijzen naar akkers/tuinen. Hei-Eind was een (hoofdzakelijk) agrarische nederzetting zonder hoog welstandsniveau. Vondsten die kunnen wijzen op een bovengemiddelde welstand van de bewoners ontbreken. Grote verstoringen zijn niet aanwezig, uitgezonderd het meest zuidwestelijke deel van het plangebied.Vindplaats 1: prehistorische sporen Het advies van BAAC is om vindplaats 1 niet te beschermen middels behoud in situ of door behoud ex situ ofwel door middel van een opgraving.Vindplaats 2: het gehucht HHet advies van BAAC is om vindplaats 2 wel te beschermen middels behoud in situ. Indien dit niet mogelijk is wordt behoud ex situ, ofwel een opgraving aanbevolen. Vindplaats 2 betreft niet alleen de boerderijen met hun erven maar ook de omliggende landbouwpercelen.