Laagland Archeologie heeft in september-oktober 2024 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Bonenburgerlaan nabij 41 te Heerde. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande bouw van een bijgebouw voor Landgoed Bonenburg.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Landschappelijk gezien ligt het plangebied op een glooiing van sneeuwsmeltwaterafzettingen met hoge zwarte enkeerdgronden in lemig fijn zand. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit het Paleolithicum ? Neolithicum, IJzertijd, Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd bekend. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein grotendeels omschreven als weiland met bos in het zuidelijke deel van het plangebied. Het plangebied lag direct grenzend aan een zone van bouwlanden. Het plangebied is aldoor onbebouwd geweest met uitzondering van één gebouw aan de westzijde van het plangebied tussen ca. 1915 en 1962.De archeologische verwachting is hoog vanaf het Laat-Paleolithicum tot Vroeg-Neolithicum omdat het plangebied op een net wat hogere glooiing niet ver van een beek was gelegen, binnen een gradiëntzone. De archeologische verwachting is hoog voor resten vanaf het Midden-Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen, vanwege de landschappelijk gunstige ligging. De archeologische verwachting is middelhoog voor de Nieuwe Tijd omdat er geen bebouwing aanwezig is op het vroegste historische kaartmateriaal.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Binnen het plangebied zijn voornamelijk lage enkeerdgronden aangetroffen. Het bodemtype bestond oorspronkelijk uit beekeerdgronden. Afgezien van mogelijk ondiepe verstoringen (geheel of gedeeltelijk verstoorde A-horizont) is een onverstoorde bodemopbouw aangetroffen. Het terrein moet vrij nat zijn geweest en werd waarschijnlijk laat ontgonnen (mogelijk in de Nieuwe Tijd). Om die reden worden resten van oudere bebouwing niet waarschijnlijk geacht.Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans klein dat het plangebied archeologische sporen bevat.Om deze reden adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven.De beoordeling van dit advies is in handen van de gemeente Heerde, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer Emile Eimermann (regio-archeoloog Stedendriehoek).Wel blijft onverminderd van kracht dat men bij bodemverstorende activiteiten alert dient te zijn op de aanwezigheid van archeologische waarden (zoals vondstmateriaal en grondsporen). Bij het aantreffen van deze waarden dient men hiervan melding te maken bij de betreffende gemeente. De regioarcheoloog is hiervoor het beste aanspreekpunt (formeel bij een toevalsvondst van algemeen belang dient dit aan de minister te worden gerapporteerd (in de praktijk de RCE), conform afdeling 19.2 van de Omgevingswet 2024).