Inleiding
In opdracht van dhr. C.M. Donken heeft RAAP in augustus 2024 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Rondedans te Genderen in de gemeente Altenafiguur 1. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning.
Landschap
Het plangebied ligt in de stroomgordel van Dussen en Hank. De stroomgordel van Dussen was actief vanaf de Bronstijd t/m de Romeinse tijd en die van Hank vanaf de ijzertijd tot de vroege middeleeuwen. In en rondom het plangebied bestaat de ondergrond uit oeverwallen en met klei en veen gevulde kommen en (rest)geulen. De bodem in het plangebied is deels gekarteerd als kalkloze poldervaaggrond en deels als oude woongrond of terp, met grondwatertrap VII. Uit het booronderzoek bleek deze terp of woongrond over het gehele plangebied aanwezig te zijn.
Archeologie & historie
In het plangebied zijn er geen archeologische vondstlocaties bekend. Binnen het onderzoeksgebied (straal van 500 m) zijn er echter 10 vondstlocaties. Het betreft nederzettingsresten op terpen (aardewerk, glas, dierlijk bot, bouwkeramiek…) uit de periode (late) middeleeuwen t/m nieuwe tijd. Daarnaast is er ook aardewerk uit de ijzertijd en Romeinse tijd aangetroffen. Alle vondstlocaties binnen het onderzoeksgebied liggen op de stroomgordel van Dussen en die van Hank.
Op het kadastrale minuutplan uit de periode 1811-1832, bestaat het plangebied deels uit tuin en boomgaard. Direct ten noorden ervan ligt een woning. De zuidelijke en oostelijke rand van het gebied worden begrensd door twee wegen. Deze situatie blijft gelijk tot de topografische kaart uit 1937. De woning ten noorden van het gebied lijkt verbouwd of opnieuw gebouwd te zijn. Ook binnen het plangebied komt er mogelijks een klein gebouw voor. Echter doordat de georeferentie niet zeker is kan dit er ook juist buiten liggen. Op de topografsiche kaart uit 1937 is de weg ten zuiden en westen van het plangebied verdwenen. Deze weg lijkt vervangen te zijn door een beek/sloot, maar dit is pas zeker vanaf de luchtfoto’s uit 1945 en de historische kaart uit 1958.
Veldwerk
Er zijn vier boringen gezet, waarbij er steeds aanwijzingen zijn gevonden voor een oude woongrond op een terp. Er zijn geen archeologische indicatoren zoals aardewerk aangetroffen in de boringen, waardoor de datering van de woongrond niet bepaald kan worden. Onder de woongrond komen oeverafzettingen voor. Er is daarbij geen sprake van bodemvorming; resten van bewoning kan niet worden uitgesloten, maar er een lage verwachting voor. Onder de oeverafzettingen is een geulvulling aanwezig, met plaatselijk beddingzand daaronder.
Advies
Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daardoor wordt aanbevolen in het Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daardoor wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Gezien de kleine omvang van het plangebied zou dit, indien nodig, direct uitgebreid kunnen worden naar een opgraving. Dit advies is overgenomen door adviseur mevr. Drs. L. Korthorst van Regio West-Brabant. Ze voegt eraan toe dat de mogelijke opgraving moet gebeuren over de maximale omvang van alle bodemverstoringen tezamen, vergunningsvrij is niet van toepassing voor archeologie.
In eerste instantie worden er sporen van bewoning uit de periode middeleeuwen-nieuwe tijd verwacht in de terpgrond. In de oeverafzettingen daaronder kan vroegere bewoning (ijzertijd, Romeinse tijd) niet worden uitgesloten. Het is dus zaak om tenminste twee vlakken aan te leggen: een vlak in of direct onder de bouwvoor (de terpgrond) en een vlak in de oeverafzettingen. Om te bepalen waar het vlak het beste kan worden aangelegd dienen er eerst één of twee “kijkgaten” te worden aangelegd.