Op basis van het vooronderzoek is vastgesteld dat het plangebied een lage verwachting heeft op deaanwezigheid van archeologische resten Deze verwachting is in eerste instantie gebaseerd deveronderstelde natheid van het landschap van het plangebied. De aangetroffen slappe klei(restgeulafzettingen) wijst op een relatief nat milieu waaronder de afzettingen tot stand zijn gekomen.Deze zijn onderdeel van de Angstel stroomrug. Vanwege het aantreffen van restgeulafzettingen zullennaar verwachting geen nederzettingsresten worden verwacht. De locatie was immers niet geschiktvoor bewoning. Wel kunnen theoretisch gezien water-gerelateerde resten aanwezig zijn, waarondervisfuiken of scheepswrakken. Deze verwachting is echter vooral theoretisch en naar dergelijke restenvalt in deze context geen systematisch onderzoek te doen. Ook is in het zuidoostelijk deel van hetplangebied de ondergrond door de aanwezigheid van onderkelderde bebouwing en een puinrijkeophoging naar verwachting verstoord. Hoewel het niet mogelijk was fysiek het puin te doorboren,getuigt de aanwezigheid van een mestkelder (tot circa 2,0 m diep) ervan dat de natuurlijkebovengrond onder de stal ontgraven is. Tevens zal het aanbrengen van puin op de slappe klei voorverdrukking hebben gezorgd, waardoor de natuurlijke lagen van de restgeulafzettingen zullen zijnvervloeid. De kans op intacte resten onder het erf is zodoende klein.
Date Submitted: 2022-06-28