Laagland Archeologie heeft in september een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Grote Esweg 11 te Diffelen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de uitbreiding van een schuur.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Op basis van het bureauonderzoek is vast te stellen dat het plangebied zich op een dekzandrug bevindt. In historische tijden was het plangebied ontgonnen als bouwland. Waarschijnlijk is daarom in het plangebied een plaggendek aanwezig. Bodemkundig ligt het plangebied in een zone met hoge bruine enkeerdgronden. De natuurlijke ondergrond wordt waarschijnlijk gevormd door een haarpodzol of veldpodzol.In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten bekend. De vondsten variëren in datering van het mesolithicum tot de late middeleeuwen, met nadruk op de late middeleeuwen.In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als bouwland. De omgeving van het plangebied bleef onbebouwd tot de jaren 90 van de vorige eeuw. Toen is tegen de noordkant van het plangebied een schuur gebouwd en in het zuidelijk deel van het plangebied is een gierput aangelegd. Vanwege deze historische gegevens kan worden aangenomen dat het bodemprofiel vermoedelijk deels is verstoord. Het bodemprofiel in het noorden en oosten van het plangebied kunnen nog wel intact zijn.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodem tot in de C-horizont is verstoord. De kans dat het gebied nog archeologische resten met een intacte archeologische context bevat wordt daarom laag geacht.Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie.De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Hardenberg. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, de heer O. Satijn.Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).