In opdracht van Clearwood Property bv heeft De Steekproef bv een inventariserend archeologisch veldonderzoek, verkennende fase uitgevoerd op een terrein aan de Laanakkerweg 14-16 te Vianen. De aanleiding voor het onderzoek is de geplande herinrichting van het terrein. De huidige bebouwing zal worden gesloopt, waarna nieuwbouw zal plaatsvinden. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd conform het door de ODRU goedgekeurde Plan van Aanpak (PvA) d.d. 30 september 2014.Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt dat op stroomgordelafzettingen in de diepere ondergrond vindplaatsen aanwezig kunnen zijn die dateren uit het neolithicum en de bronstijd. Indien er onbekende donken binnen het plangebied zijn, kunnen hierop ook oudere archeologische resten aanwezig zijn (mesolithicum). Door de ligging in een komgebied bestaat hooguit een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit de ijzertijd, de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Deze hebben vooral op de noordelijker gelegen stroomgordels en oeverwallen gelegen. Voor resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd geldt op basis van het ontbreken van bebouwing op historische kaarten eveneens hooguit een middelhoge verwachting.Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn in het plangebied 25 verkennende gutsboringen gezet in noord-zuid gerichte boorraaien. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de bodem uit een relatief dun pakket komklei bestaat waarin geen vegetatiehorizonten of brandlaagjes voorkomen. Hieronder ligt een pakket matig slappe, venige klei dat wordt onderbroken door een pakket matig veraard veen zonder sterk veraarde toplaag. Onder de venige klei is een aanmerkelijk dikker veenpakket aanwezig dat doorloopt tot een diepte van tenminste 1,5 meter beneden NAP. Ook dit veenpakket heeft geen sterk veraarde toplaag die in het verleden geschikt kan zijn geweest voor bewoning. Onder dit veen zijn afzettingen aangetroffen die waarschijnlijk onderdeel uitmaken van de stroomgordel van Tienhoven. Deze bestaan uit slappe, venige klei die in de zuidwesthoek van het plangebied overgaat in sterk zandige klei en in de uiterste zuidwesthoek zelfs in grof zand. Het betreft onmiskenbaar beddingzand en geen door de wind afgezet zand dat deel uit zou kunnen maken van een donktop. Nergens in het plangebied is een zandkop gevonden die als donktop geïnterpreteerd zou kunnen worden. Overige verschijnselen die op de potentiële aanwezigheid van bewoningssporen zouden kunnen wijzen, ontbreken eveneens.De resultaten van het verkennend booronderzoek geven derhalve geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek archeologische resten gevonden waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden.