Laagland Archeologie heeft in februari-maart 2025 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de hoek Ringlaan ?Weverweg te Eerbeek. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de nieuwbouw van een woning.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen.Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Geomorfologisch ligt het plangebied op een daluitspoelingswaaier met een stuwwal ten westen en een vlakte van sneeuwsmeltwaterafzettingen ten noordwesten van het plangebied. Op basis van de bodemkaart worden in het plangebied veldpodzolgronden in grof zand verwacht en ligt het plangebied aan de rand van een zone van holtpodzolgronden in grof zand. Op basis van de veldpodzolgronden kan aangenomen worden dat er sprake was van relatief vochtige gronden.De archeologische verwachting voor het plangebied is laag voor vuursteenvindplaatsen van jager-verzamelaars. Het plangebied is ook niet ideaal voor landbouwers en tot het begin van de 20e eeuw was er sprake van heide. De archeologische verwachting voor het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd is laag.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Op basis van het bureauonderzoek is de archeologische verwachting laag voor jager verzamelaars. In de meeste boringen en het proefputje is een A-(XXX)-C-profiel aangetroffen en in twee boringen zijn de resten van afgetopte profielen van podzolgronden aangetroffen onder de A-horizont. Om die reden kan de lage archeologische verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars worden gehandhaafd. Het plangebied lag op basis van het historisch kaartmateriaal op een heidegebied en is pas ergens eind 19e/begin 20ste eeuw ontgonnen. De bij het verkennend booronderzoek aangetroffen bodemopbouw met een dunne tot matig dikke A-horizont kan in ieder geval bij later ontgonnen gronden verwacht worden. Om die reden kan de lage archeologische verwachting voor landbouwers (Neolithicum tot Nieuwe Tijd) worden gehandhaafd. Uiteraard zijn archeologische resten uit de periode Neolithicum tot Nieuwe Tijd niet uit te sluiten, maar heel waarschijnlijk behoorde het plangebied niet tot een van de favoriete plaatsen om zich te vestigen. Een andere indicatie, maar zeker niet zaligmakend, is het feit dat er geen vindplaatsen bekend zijn binnen een straal van 500 m.Om deze reden adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven.De beoordeling van dit advies is in handen van de gemeente Brummen, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer Emile Eimermann (regio-archeoloog Stedendriehoek).Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact. In de praktijk kan in dat geval contact gelegd worden de regioarcheoloog Stedendriehoek.