In het kader van de sloop van de voormalige bebouwing en de realisatie van twaalf nieuwe woningen in het plangebied Ridderkerk 'Pruimendijk 19-21' heeft Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven, variant archeologische begeleiding, uitgevoerd. Bij de sanering, de voorgenomen nieuwbouw en verdere inrichting van het perceel kunnen eventueel aanwezige archeologische resten worden aangetast. Dit kan mogelijk gaan om delen van het 14e-eeuwse kasteel Borchhoeve, de kasteelgracht of andere locaties of vondsten die hieraan gekoppeld kunnen worden. Het onderzoek is uitgevoerd conform het Programma van Eisen (PvE) en de KNA 4.1. Tijdens het veldwerk is één werkput (werkput 1) gegraven met een oppervlakte van ca. 125 m2 en op een later moment is een archeologische inspectie uitgevoerd omtrent een bij werkzaamheden aangetroffen waterput. Deze is als werkput 2 gedocumenteerd. Het plangebied 'Pruimendijk 19-21' te Rijsoord is gelegen in de Rijn-Maasdelta. De basis van de bodemopbouw bestaat uit stroomgordelafzettingen met daarboven humeuse komkleiafzettingen die afgewisseld worden door korte perioden van veengroei. Aan de top van het bodemprofiel zijn antropogene ophogingspakketten waargenomen die vermoedelijk toebehoren aan het dijklichaam van de Pruimendijk. De ophogingspakketten kunnen op basis van het vondstmateriaal gedateerd worden in de Nieuwe tijd. Aan de noord- en noordwestzijde van werkput 1 is in het vlak een tweede antropogeen ophogingspakket(spoor 1940) waargenomen waar vondstmateriaal uitkomt. Onder het vondstmateriaal bevindt zich keramisch vaatwerk, bestaande uit grijs- en roodbakkend aardewerk en steengoed, dat gedateerd kan worden in de 14e tot en met 16 eeuw. Ook ander vondstmateriaal, zoals de bakstenen en de koperen stop, kunnen in deze periode dateren. De vondstassemblage uit spoor 1940 kan wellicht toegeschreven worden aan het kasteelterrein Borchhoeve, maar tijdens het onderzoek zijn geen sporen of structuren aangetroffen die hiertoe behoren. Het is dus niet met zekerheid te zeggen dat de vondstassemblage gecorreleerd kan worden aan het kasteelterrein. Ongeveer 20 m richting het noordoosten van werkput 1 is na afloop van de archeologische begeleiding ter hoogte van werkput 2 een waterput aangetroffen. Het betreft een waterput met koepel. Onderaan de koepel is een gat aanwezig met daarboven een extra aangebrachte laag bakstenen. Vermoedelijk diende dit gat als doorlaat voor een buis waarmee of regenwater werd verzameld of water uit de put gepompt kon worden. Op basis van de constructieonderdelen en de bakstenen kan worden bepaald dat de waterput dateert in de Nieuwe tijd, vermoedelijk in de 2e helft van de 19e eeuw en 1e helft van de 20e eeuw. Door de datering van de waterput kan ook deze niet toegeschreven worden aan het kasteelterrein Borchhoeve. Alhoewel het onderzoek niet de gewenste vindplaats heeft opgeleverd, zoals die staat omschreven in het PvE, kan de vondstassemblage en de waterput wel opgevat worden als onderdeel van een niet behoudenswaardige vindplaats van het complextype bewoning.