Gespecificeerde archeologische verwachting
Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting heeft op het voorkomen van archeologische resten/sporen uit de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m Middeleeuwen. Alleen voor de periode Nieuwe tijd is de verwachting laag, uitgezonderd de hoge verwachting op resten uit de Tweede Wereldoorlog. Het plangebied ligt in een overgangszone, van de oostelijk georiënteerde flanken van het stuwwallengebied van Nijmegen naar de verder naar het oosten toe lopende daluitspoelingswaaiers. Niet ver weg van het plangebied ligt ook het beekdal van De Groesbeek, welke zal hebben gediend als natuurlijke bron voor water en tevens een grote aantrekkingskracht op wild zal hebben gehad, waarop kon worden gejaagd. Deze landschappelijke gradiëntzone vormde voor Jagers-Verzamelaars ((Laat) Paleolithicum - Mesolithicum) gunstige locaties voor (tijdelijke) bewoning. Ook voor Landbouwers (vanaf het Neolithicum) vormde het plangebied een gunstige locatie voor permanente bewoning. De verwachte leemrijke en daardoor vruchtbare bodems vormde geschikte akkergronden. Vooral langs het beekdal van De Groesbeek, maar ook dichtbij het plangebied, zijn archeologische vindplaatsen aangetroffen daterend uit het Neolithicum en vanaf de IJzertijd. Het betreffen niet alleen sporen van bewoningsactiviteiten (nederzettingscomplexen/huisplaatsen/erven), maar ook restanten van grafvelden behorend tot de Nederrijnse Grafheuvelcultuur.
Historisch gebruik laat zien dat het plangebied tot de oude bouwlandgronden heeft behoort en dat er plaggenbemesting heeft plaatsgevonden. Er zijn geen aanwijzingen dat het plangebied tot een historisch erf heeft behoort. In de zuidelijke strook van het plangebied heeft in de eerste helft van de 20e eeuw een bijgebouw gestaan, welke waarschijnlijk heeft behoord tot het ten westen van het plangebied voormalige Vrouwen Klooster (omgebouwd tot onder andere) appartementen. Begin jaren ’50 van de 20e eeuw stond er binnen het meest zuidoostelijke deel van het plangebied een gedeelte van een fabriekspand (zuivelfabriek). Het bestaande Dorpshuis De Mallemolen binnen het plangebied is in 1988 gebouwd. Wel is er in de omgeving van het plangebied gedurende de Tweede Wereldoorlog hevig gevochten tijdens Operatie Market Garden. Circa 160 meter ten oosten van het plangebied zijn naast een vermoedelijk Neolithisch nederzettingscomplex/huisplaats ook sporen van een Duitse munitiespoorlijn en van schuttersputjes aangetroffen.
Resultaten inventariserend veldonderzoek
De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) laten in zijn algemeenheid zien dat binnen het plangebied reeds moderne vergravin-gen/bodemverstorende ingrepen hebben plaatsgevonden. De bodemopbouw bestaat uit sterk gevlekte, geroerde/verstoorde lagen (humeuze) grond, tot minimaal 40 en maximaal 190 cm -mv, en onder het verstoringsniveau is sprake van een scherpe overgang naar de direct onderliggende C-horizont (gestuwde afzettingen). De verstoringsdiepte lijkt bij een aantal boringen beperkt te zijn, echter verdiepte terreindelen (tot wel meer dan 2 meter) zijn aanwezig langs het noordwestelijke, noordoostelijke en oostelijke deel van het multicultureel centrum.
Verder zal ter plaatse van het overgrote deel van de westelijke en zuidelijke onbebouwde stroken van het plangebied het archeologisch potentiële sporenniveau voor een groot deel, zo niet geheel zijn vergraven. Zeker ondiepe archeologische sporen, mocht hiervan sprake zijn geweest, zullen reeds door moderne grondwerkzaamheden vergravingen zijn verstoord/vernietigd. Ten behoeve van bouwwerkzaamheden/de huidige inrichting van terrein-delen rondom het bestaande multicultureel centrum zijn al diepgaande ontgravingen uitgevoerd.
Conclusie
Op basis van de gezette boringen en de daarmee aangetroffen bodemopbouw, wordt geconcludeerd dat zowel het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau volledig zal zijn aangetast/verstoord binnen het overgrote deel van het plangebied. Slechts bij één boring is een deels intact/oorspronkelijk bodemprofiel aangetroffen, bestaande uit een restant van een plaggendek met hieronder een intact resterend deel van de van nature gevormde holtpodzolbodem/bruine bosgrond. Van een terreindeel van enige omvang waar nog sprake is van een deels intact/oorspronkelijk bodemprofiel is geen sprake. Voor het plangebied geldt dan ook dat er geen sprake meer is van een archeologische verwachting.
Advies
Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert Sweco om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Er is sprake van een verstoorde/vergraven bodemopbouw, waardoor archeologische resten niet meer in situ worden verwacht (het archeologisch potentiële sporen-/vondstniveau is volledig verstoord/vergraven binnen het overgrote deel van het plangebied). Daarnaast zijn er geen archeologisch relevante indicatoren aangetroffen tijdens het onderzoek. Een archeologische vindplaats wordt niet meer verwacht binnen het plangebied.
Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Het is raadzaam om ook de bevoegde overheid (gemeente Berg en Dal) op de hoogte te stellen.