Plangebied Rijksstraatweg 93 - 99 en 107 te Leersum, gemeente Utrechtse Heuvelrug.

DOI

In opdracht van DWBP Ontwikkeling BV heeft RAAP in februari 2026 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Rijksstraatweg 93 - 99 en 107 te Leersum in de gemeente Utrechtse Heuvelrug ( figuur 1).

Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van een het advies uit het eerder uitgevoerde bureauonderzoek.

Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan:

• Volgens de gespecificeerde verwachting uit het bureauonderzoek gold een hoge archeologische verwachting voor de periode paleolithicum – middeleeuwen. Hierbij werden resten van jacht-/extractiekampen en nederzettingen verwacht in de top van de smeltwaterafzettingen en/of het dekzand. Deze afzettingen zouden worden afgedekt door een plaggendek dat in de late middeleeuwen of nieuwe tijd is opgebracht.

• Uit het veldonderzoek blijkt dat in boringen 5 t/m 7 direct onder een geroerd pakket of een restant van het plaggendek de B-C-horizont is aangetroffen. In boring 3 is onder een geroerd pakket de B-horizont binnen de smeltwaterafzettingen vastgesteld. De top van deze horizonten bevindt zich tussen 0,70 en 1,50 m -mv. Dit wijst erop dat de oorspronkelijke top van de podzolbodem, met name in boringen 5 t/m 7, is verstoord, vermoedelijk tijdens de aanleg van het esdek en/of door opname in het ophogingspakket. In boring 3 lijkt de aantasting beperkter, aangezien hier nog een deel van de B-horizont behouden is gebleven.

• In de overige boringen (1, 2, 4 en 8) is de natuurlijke ondergrond niet bereikt. Het is aannemelijk dat ook hier sprake is van verstoring, met name ter plaatse van de huidige bebouwing, waar de bodem vermoedelijk diepgaand is geroerd.

• Het verwachte plaggendek blijkt bovendien in de meeste boringen waarin dit is aangetroffen verstoord te zijn. Alleen in boring 5 is een (deels) intact restant van een plaggendek uit de late middeleeuwen of nieuwe tijd direct op de natuurlijke ondergrond waargenomen.

• Hoewel in boringen 5 t/m 7 sprake is van een deels intact bodemprofiel, beperkt het behoud zich tot de diepere horizonten. Dit impliceert dat met name dieper gelegen sporen van bewoning nog aanwezig kunnen zijn. Voor resten van jager-verzamelaars geldt echter dat deze voornamelijk worden verwacht in de A- en (de bovenste delen van de) B-horizont, die grotendeels zijn verdwenen. In boring 3, waar nog een deel van de B-horizont aanwezig is, blijft de kans op dergelijke resten aanwezig.

• Voor de boringen waarin de natuurlijke ondergrond niet is bereikt, kan de aanwezigheid van (deels) intacte bodemprofielen niet worden uitgesloten, waardoor hier eveneens een kans bestaat op het aantreffen van archeologische resten.

• Op basis van deze resultaten wordt de archeologische verwachting voor resten van jager - verzamelaars (paleolithicum – mesolithicum) naar laag bijgesteld. De verwachting voor landbouwers (neolithicum – middeleeuwen) kan worden gehandhaafd.

Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Dat kan door de ingrepen niet dieper dan 0,40 m -mv (dit is inclusief een buffer van 30 cm) te laten reiken.

Indien planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen.

Om de gespecificeerde verwachting te toetsen wordt vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een karterende fase van een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Voor de kansrijke uitvoer van het proefsleuvenonderzoek wordt geadviseerd om het proefsleuvenonderzoek na de sloop van de huidige bebouwing te laten plaatsvinden. Tevens wordt geadviseerd om de sloop van de huidige bebouwing te laten begeleiden indien informatie over de diepteligging van de funderingen en mogelijke kelders en kruipruimten niet voorhanden is.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/KFRCYB
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/KFRCYB
Provenance
Creator Bulambo, F.M
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Hemminga, M.; Bulambo, F.M
Publication Year 2026
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Hemminga, M. (RAAP Archeologisch Adviesbureau BV.)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; application/octet-stream
Size 511827; 20387; 327842; 174702; 459108; 1395263
Version 1.0
Discipline Humanities