Antea Group heeft in juni en juli 2020 een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied Havenlaan 2 te Katwijk (gemeente Cuijk). Het onderzoek heeft bestaan uit een archeologisch bureauonderzoek (protocol 4002) en vervolgens uit een verkennend archeologisch booronderzoek (protocol 4003). Het plangebied is onderzoeksplichtig conform het beleid van de gemeente Cuijk.
Uit het bureauonderzoek volgde dat er voor het plangebied een brede archeologische verwachting geldt waarin in principe archeologische resten kunnen worden aangetroffen uit de steentijd tot en met de middeleeuwen, afhankelijk van de bodemopbouw in het plangebied. De hoogste verwachting geldt echter op het aantreffen van resten uit de bronstijd, ijzertijd en Romeinse tijd.
Uit het veldonderzoek blijkt dat in het perceel ter plaatse van de te bouwen loodsen (Havenlaan 2; boringen 01 t/m 07) grootschalige bodemverstoringen aanwezig zijn in de vorm van een dik verstoord dan wel opgehoogd pakket. Hieronder bestaat de bodem uit een dunne zandige kleilaag die een zandbodem bedekt. De klei is vermengd met de top van het zandpakket. Het zandpakket bestaat hoofdzakelijk uit verspoeld materiaal (fluviatiel, terrasafzetting). De kleilaag heeft geen intacte top en daarmee geen oud loopvlak of vegetatieniveau. Boven de kleilaag liggen geen rivierduinafzettingen. Op het perceel van de molen (Lange Linden 30; boringen 08 en 09) is een bodemopbouw zonder de genoemde kleilaag maar met een (zwak) humushoudend dek dat in een matig fijn zandpakket is gevormd. Van dit humushoudend dek wordt vermoed dat dit een resultaat is van beakkering. Wanneer deze beakkering plaatsvond is op basis van de huidige gegevens niet te zeggen: dit kan in de late middeleeuwen zijn, maar ook in ijzertijd of in de Romeinse tijd. In de nieuwe tijd C behoorde dit perceel tot het erf van de molen en ook dit is goed zichtbaar in de top van het profiel aan de hand van bijvoorbeeld industrieel witbakkend aardewerk en kolengruis.
De als akkerlaag geïnterpreteerde laag in boring 09 en 08 kan mogelijk behoren bij een vindplaats (tevens AMK-terrein) die aan de overzijde van de weg gelegen is. Ook buiten het AMK-terrein zijn enkele waarnemingen bekend uit onder meer de Romeinse tijd. De aard van deze vindplaats is niet geheel bekend, maar de datering is bepaald op ijzertijd en Romeinse tijd. Er is melding gedaan van stenen fundering uit de Romeinse tijd, zodat aanwezigheid van Romeinen hier niet is uit te sluiten. Ook de weg die tussen het onderzocht perceel en het AMK-terrein ligt kan een zeer oude route betreffen, aangezien de ligging van deze weg verraadt dat deze op relatieve verhogingen in het landschap (zoals verzande geulen of terrasrestruggen) is aangelegd (zie afbeelding 5). Al met al is niet uit te sluiten dat zich ook aan de noordzijde van de weg (Lange Linden) op het perceel van de molen resten van een nederzetting uit de ijzertijd of Romeinse tijd bevinden of anders resten van agrarisch grondgebruik gerelateerd aan de nederzetting aan de overzijde van de weg.
Wij adviseren tot vrijgave van het perceel aan de Havenlaan 2. Wij adviseren voorts tot het opleggen van een diepterestrictie van 0,3 m –huidig mv op het perceel met de molen (Lange Linden 30) of indien dat niet mogelijk is een karterend booronderzoek op dit perceel.
Het karterend booronderzoek op het perceel gaat uit van de veronderstelling dat indien dit perceel onderdeel is geweest van een nederzetting (uit ijzertijd of Romeinse tijd) dit zich uit in vondsten van bijvoorbeeld aardewerk in de menglaag in de bovengrond. Indien tijdens het karterend onderzoek geen vondsten worden aangetroffen wordt geconcludeerd dat er geen resten van een nederzetting uit de prehistorie of Romeinse tijd (een behoudendswaardige archeologische vindplaats), maar slechts resten van agrarisch gebruik te verwachten zijn. In het tweede geval zal worden geadviseerd tot vrijgave. In het geval van een nederzetting is behoud in situ of nader onderzoek noodzakelijk.
De korte redengeving voor het vermoeden van een eventuele vindplaats uit de ijzertijd of Romeinse tijd is: 1) de aanwezigheid van een humushoudende menglaag in boringen 08 en 09, 2) de ligging aan een weg (Lange Linden) die een historische en mogelijk prehistorische route betreft; en 3) de ligging van het AMK-terrein schuin aan de overzijde van deze weg waar onder meer resten van stenen bebouwing uit de Romeinse tijd gemeld zijn. Het betreft een (nog) niet afgebakende vindplaats, want ook buiten het AMK-terrein zijn enkele waarnemingen bekend (zie paragraaf 2.7).
Het advies tot het vrijgeven van het noordelijke perceel (Havenlaan 2) en het behoud van de archeologische voorwaarde op het zuidelijke perceel (Lange Linden 30) met advies tot behoud in situ of een karterend booronderzoek betreft een selectieadvies. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Cuijk, om op basis van de hier gepresenteerde gegevens een selectiebesluit te nemen.