Laagland Archeologie heeft in april 2022 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Leggeloo 31B te Dwingeloo. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande bouw van twee nieuwe woningen.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied in een zone met een plateau-achtige grondmorenerug. Op het AHN is te zien dat het plangebied op de rand van een verhoging in het plangebied ligt. Deze verhoging komt overeen met de grondmorenerug die is weergegeven op de geomorfologische kaart. Bodemkundig ligt het gebied in een zone met hoge zwarte enkeerdgronden. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit de IJzertijd – Romeinse Tijd bekend.In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als bouwland. Het plangebied bleef onbebouwd tot 1975. Toen is in het noordelijke deel van het plangebied een school gebouwd. Deze school is recent gesloopt.Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge verwachting voor de periode Paleolithicum – Late Middeleeuwen (tot circa 1100 na Chr.).Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Uit het booronderzoek blijkt dat in het plangebied overwegend sprake is van een intacte bodemopbouw, bestaande uit een plaggendek, gevolgd door een oude akkerlaag en daaronder een BC-horizont in keizand. Dit betekent dat het archeologische niveau voor de periode Midden-Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen (tot circa 1100) nog grotendeels intact is. Resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Vroeg-Neolithicum kunnen niet uitgesloten worden.Op basis van het booronderzoek worden archeologische resten verwacht. Indien hier bodemverstorende werkzaamheden plaatsvinden waarbij het archeologische niveau bedreigd wordt (dieper dan 30 cm –mv), is archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek van toepassing.Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Westerveld. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, gemeente Westerveld.Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).