In opdracht van AGE Vastgoed B.V. heeft RAAP in november-december 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Warande 190-192 te Schiedam in de gemeente Schiedam. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Binnen het plangebied wordt een appartementencomplex gerealiseerd voor circa acht woningen. Het gebouw heeft een grondvlak van circa 527 m2. Onder het gebouw komt een parkeerkelder van circa 256 m2 groot. De maximale ontgravingsdiepte ligt op circa 2,1 m –mv ten behoeve van deze kelder (circa 1,9 m –NAP).Archeologische verwachting Op basis van het door Archeologie Rotterdam opgestelde PvE (Corver, 2020) en aanvullingen hierop bestond de volgende archeologische verwachting. Voor het plangebied bestond een redelijke tot grote kans op de aanwezigheid van archeologische resten uit de late ijzertijd, Romeinse ti jd en late middeleeuwen A en B.Archeologische sporen uit de late ijzertijd zijn te verwachten in de top van het Hollandveen (Hollandveen Laagpakket). Vindplaatsen uit de Romeinse tijd bevinden zich in het traject top Hollandveen - Afzettingen van Duinkerke I (Laagpakket van Walcheren) en die uit de late middeleeuwen A in afzettingen onder de basis van de Afzettingen van Duinkerke III (Laagpakket van Walcheren). Eventuele archeologische resten uit de late middeleeuwen B en later, vanaf de periode van herindijkingen na de 12e-eeuwse overstromingen, zijn te verwachten op de klastische Afzettingen van Duinkerke III (Laagpakket van Walcheren).Resultaten verkennend archeologisch booronderzoek Op basis van het booronderzoek blijkt dat de bovengrond in de meeste boringen tot circa 122-148 cm – mv bestaat uit opgebrachte en verstoorde lagen (tot circa 1,25-1,4 m –NAP). In boring 2 is een diepere verstoring aangeboord, die tot 220 cm –mv reikt (tot circa 2,2 m –NAP). Binnen de gestelde dieptes zijn op de boorlocaties geen in situ archeologische resten meer te verwachten.In alle boringen is de bovenkant van de onderliggende gorzen-/kwelderzettingen niet ontkalkt, hetgeen illustreert dat de ontkalkte top van dit bovenste pakket (Duinkerke III) in de verstoorde lagen is opgenomen. Op basis van dit resultaat kan de archeologische verwachting voor de late middeleeuwen B naar laag worden bijgesteld.In 4 van de 5 boringen is vanaf 195-213 cm –mv (vanaf 1,9-2 m –NAP) een ontkalkt en potentieel archeologisch niveau in de kwelderafzettingen aanwezig. Dit niveau behoort waarschijnlijk tot gorzenpakket 2, als gedefinieerd door Wilbers en Koekkelkoren (2018) en kan in de fasen Duinkerke III of I zijn gevormd. In 1 boring is een ander ontkalkt traject, dat mogelijk aan de Afzettingen van Duinkerke I kan worden toegeschreven, dieper vanaf 260 cm –mv (vanaf 2,55 m –NAP) aanwezig.Tijdens het veldonderzoek zijn, afgezien van deze ontkalkte trajecten, echter geen duidelijke laklagen, cultuurlagen of archeologische indicatoren in de kwelderafzettingen waargenomen. Gezien de toegepaste boordichtheid (circa 1 boring per 100 m2) worden zulke lagen of indicatoren voor de betreffende perioden wel verwacht, indien in het plangebied of de directe nabijheid archeologische vindplaatsen (nederzettingen) aanwezig zouden zijn. Ingrepen in het landschap verder weg van nederzettingen (bijvoorbeeld greppelsystemen) zouden wel aanwezig kunnen zijn, maar zijn middels een booronderzoek zeer lastig op te sporen. Op basis van deze resultaten kan de archeologische verwachting voor de Romeinse tijd, vroege middeleeuwen en late middeleeuwen A eveneens naar beneden worden bijgesteld.Hoewel de top van het Hollandveen een relatief intacte bodemopbouw lijkt te vertonen en er geen duidelijke sporen van erosie door latere getijdewerking zijn waargenomen, blijkt de top van het Hollandveen in het plangebied uit kleiig veen te bestaan dat in natte omstandigheden zal zijn gevormd. De top van het onderliggende mineraalarm veen is niet veraard. Op basis van deze resultaten kan de archeologische verwachting voor de late ijzertijd ook naar laag worden bijgesteld.