De gemeente Tubbergen is bezig met de realisatie van plangebied De Steenbrei 2 te Vasse. Op dit terrein, dat een oppervlakte heeft van ca. vier hectare, worden, net als op plangebied De Steenbrei 1, huizen gebouwd. Aangezien bij het onderzoek van RAAP Archeologisch Adviesbureau op het terrein van fase 2 twee vondstconcentraties waren gelocaliseerd, was het noodzakelijk dit terrein archeologisch te onderzoeken. Het inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven is onderverdeeld in twee fasen.Aan de hand van de eerste fase, waarover hier wordt gerapporteerd, bestaande uit tien proefsleuven, moet worden bepaald of er een tweede fase komt en uit hoeveel proefsleuven die fase zal bestaan. De eerste fase werd op 20 t/m 22 oktober 2004 uitgevoerd door ARC bv.Conclusie (beantwoording onderzoeksvragen) :Zijn er in de tweede fase van plangebied De Steenbrei archeologische sporen uit het Neolithicum en de Bronstijd aanwezig en zo ja, wat is de aard, datering, fasering, verspreiding, gaafheid en conservering daarvan?Het is mogelijk dat er bij het onderzoek archeologische sporen uit de Bronstijd zijn aangetroffen, aangezien tussen het vondstmateriaal Midden- en Vroege Bronstijd aardewerk is aangetroffen. Mogelijk dateert een aantal paalsporen uit de Bronstijd, met zekerheid is dit echter niet te zeggen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor archeologische sporen die dateren uit het Neolithicum.Zijn er eventueel ook sporen of resten uit andere perioden aanwezig en zo ja, wat is de aard, datering, fasering, verspreiding, gaafheid en conserveringdaarvan?Op het onderzoeksterrein is in ieder geval een hutkom uit de Romeinse Tijd aangetroffen. Van de overige sporen (paalsporen en kuilen) is de datering niet zeker aangezien er geen dateerbare vondsten uit deze sporen afkomstig zijn. De datering van het tijdens het onderzoek aangetroffen aardewerk loopt uiteen van Midden-Bronstijd tot en met Romeinse Tijd. Het is aannemelijk dat de kuilen en paalsporen in deze tijdsspanne te plaatsen zijn. In vrijwel alle proefsleuven zijn archeologische sporen aangetroffen, met uitzondering van proefsleuven 11 en 12. Het gaat telkens om een gering aantal sporen per proefsleuf. In proefsleuven 2 en 5 zijn de meeste sporen aangetroffen. In proefsleuf 2 ligt een deel van een oost-west georienteerd gebouw en in proefsleuf 5 ligt de hutkom met daaromheen paalsporen. Het gebouw in proefsleuf 2 heeft een breedte van 4,5 m. Wanneer wordt gekeken naar de huisplattegronden die tijdens de opgraving van De Steenbrei plangebied 1 zijn aangetroffen, komt het gebouw in proefsleuf 2 overeen met huizen 1 en 2 (De Wit 2002). Huizen 1 en 2 van De Steenbrei plangebied 1 dateren uit de (Vroege) IJzertijd (De Wit 2002). Het aardewerk dat tijdens de eerste fase van het proefsleuvenonderzoek op De Steenbrei plangebied 2 is aangetroffen, kan een dergelijke datering voor het gebouw in proefsleuf 2 ondersteunen. Overigens zijn bij het onderzoek op De Steenbrei plangebied 1 ook hutkommen gevonden, twee in totaal.De conservering van de sporen is redelijk te noemen. Van de paalsporenis nog tussen de 8 en de 30 cm over, van de kuilen 12–20 cm en van dehutkom nog 40 cm (gerekend vanaf vlak 1, in proefsleuven 5 en 6 is vanwege esgreppels een tweede vlak aangelegd).3 Indien aangetroffen sporen en overige archeologische resten niet tot een (voormalige) nederzetting behoren, wat is dan de functie van de vindplaats geweest?De aangetroffen sporen en vondsten maken deel uit van een nederzettingsterrein.Indien het niet mogelijk is het terrein te behouden, wordt de opdrachtgever in eerste instantie aanbevolen over te gaan tot fase 2 van het proefsleuvenonderzoek op De Steenbrei plangebied 2, zoals dat staat vermeld in het Programma van Eisen. Dit is met name van belang om een beter beeld te krijgen van het nederzettingsterrein. Zo kan verwacht worden dat in de buurt van de Romeinse hutkom een woonhuis ligt, aangezien hutkommen deel uitmaakten van de erven van huizen. Hoeveel proefsleuven er moeten worden aangelegd tijdens fase 2, moet worden bepaald door het bevoegd gezag.
Date: 2004