Archeologisch bureauonderzoek Meije 57 te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk (ZH)

DOI

Laagland Archeologie heeft in maart 2026 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Meije 57 te Bodegraven. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de herbouw van een woonboerderij. Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB 4002. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. In de ondergrond van het plangebied is een ten minste 3 m dik kleipakket aanwezig. Dit is afgezet door de Meije. Het plangebied lag op de overgang van de zuidelijke oever naar het ten zuiden daarvan gelegen komgebied. De Meije is actief geweest in de IJzertijd en de Romeinse tijd en bleef daarna als restgeul in het landschap achter. In de oeverafzettingen van de Meije kunnen archeologische waarden uit de IJzertijd en de Romeinse tijd aanwezig zijn. Een mogelijke archeologische vindplaats bestaat uit de resten van een agrarische nederzetting en zal zich manifesteren als een archeologische laag. De kleibaan langs de Meije had een relatief hoge ligging en bood daarom relatief goede vestigingscondities in het veengebied. Vanaf de Vroege Middeleeuwen vond waarschijnlijk in het gebied bewoning plaats. In de Late Muddeleeuwen is langs de Meije een bewoningslint ontstaan. Op het historische kaartmateriaal uit de 17e eeuw is ter hoogte van het plangebied al een boerderij-locatie afgebeeld. Op de kadastrale kaart uit 1811-1832 is een woning ter hoogte van het oostelijke deel van het huidige pand weergegeven. Dit pand werd in 1906 gesloopt en vervolgens werd de huidige woonboerderij gebouwd. De hooimijt in het oosten van het plangebied dateert uit de periode tussen 1992 en 2002. Uit inpandige boringen blijkt dat tot ongeveer 100 cm onder het maaiveld een humeus kleipakket aanwezig is met een bijmenging van baksteenfragmenten en steenkoolgruis. Waarschijnlijk is bij de herbouw in 1906 de locatie grondig vergraven. Omdat de locatie van de woonboerderij al relatief diep verstoord is geraakt tijdens de herbouw in 1906 zullen bij de nu geplande herbouw geen archeologische waarden verstoord worden. De heiwerkzaamheden reiken wel dieper dan de huidige funderingsbalken. In relatief slappe grondlagen als klei en veen vindt er een geringe verstoring buiten de heipaal zelf plaats. Bij de heiwerkzaamheden zal een eventueel aanwezige archeologische vindplaats toch grotendeels behouden blijven. Wij adviseren daarom geen vervolgonderzoek uit te voeren.
De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Bodegraven-Reeuwijk. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, de heer C. Thanos, Adviseur archeologie, Omgevingsdienst Midden-Holland. Dhr. Thanos heeft gereageerd op 24 maart 2026 en het rapport goedgekeurd. Het selectieadvies wordt dus door de gemeente Bodegraven-Reeuwijk omgezet in een selectiebesluit. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/EANH3R
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/EANH3R
Provenance
Creator Beckers I.
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Ponten, A.M.S.
Publication Year 2026
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Ponten, A.M.S. (Laagland Archeologie)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf
Size 2705112
Version 1.0
Discipline Humanities