Het voornemen was om het bestaande wegcunet en de bestaande riolering ter hoogte van de Vaartstraat en het Philipsplein te Philippine te vernieuwen. In het kader van de vergunningsaanvraag werd een vooronderzoek uitgevoerd waaruit bleek dat binnen het plangebied een hoge verwachting bestond op archeologische waarden uit de nieuwe tijd. Het plangebied heeft mogelijk deel uitgemaakt van de 16e-eeuwse vestingwerken, maar de exacte locatie daarvan is niet bekend. Op basis van historisch kaartmateriaal kon wel met zekerheid gesteld worden dat het plangebied gelegen was binnen de grenzen van de 17e-eeuwse vestingwerken. In deze 17e eeuw lag het plangebied in het deel dat aangeduid werd als Laag Philippine of de stadt. Net ten westen van het plangebied was het arsenaal gelegen en aan de zuidzijde bevonden zich een aantal overige gebouwen.Om die reden is bepaald dat de aanleg van de riolering en de ontgravingen ten behoeve van het wegcunet binnen het onderzoeksgebied onder protocol 4004 Opgraven - variant Archeologische Begeleiding moesten worden uitgevoerd. De werkzaamheden vinden plaats ná het selectiebesluit. Op grond van de waarderingscriteria vinden de werkzaamheden plaats op een al gewaardeerd terrein waarbij sprake is van een behoudenswaardige vindplaats. Doel is dan ‘het documenteren van gegevens en het veiligstellen van vondsten en monsters om daarmee informatie te behouden die van belang is voor kennisvorming over het verleden’. Deze informatie is vervat in projectdocumentatie en in vondsten en monsters. Het specifieke doel voor het huidige onderzoek betrof het documenteren van alle aangetroffen vindplaatsen binnen de grenzen van de rioolstreng en de ontgravingen ten behoeve van het wegcunet.De begeleiding leert dat aan de basis van het bodemprofiel zich zandige en kleiige afzettingen van het Laagpakket van Walcheren bevinden. Binnen het zuidelijke deel van het plangebied werd de top van het Laagpakket van Walcheren vastgesteld vanaf 0,55 m -mv (1,32 m +NAP), meer richting het noorden vanaf circa 0,94 m -mv (1,04 m +NAP). Deze natuurlijke afzettingen werden afgedekt door een antropogeen ophoogpakket uit de nieuwe tijd, waarvan de top is vastgesteld vanaf circa 0,30 tot 0,50 m -mv (gemiddeld 1,58 tot 1,38 m +NAP). De ophooglaag bleek grotendeels vergraven te zijn binnen het plangebied door de aanleg van kabels en leidingen. Aan de westzijde van de rioleringssleuf waren de verstoringen van dien aard, dat hier alleen spoor 999 werd gedocumenteerd boven de natuurlijke afzettingen van het Laagpakket van Walcheren. Aan de bovenzijde van het profiel bevond zich een circa 0,30 tot 0,50 m dik pakket bouwzand welke afgedekt werd door de bestrating.Binnen het zuidelijke deel van het plangebied zijn de in top van het opgebrachte pakket bewoningssporen aangetroffen uit de nieuwe tijd in de vorm van funderingsresten, een deel van een straatje en resten van vloeren. Deze resten bevinden zich op het niveau van de ontgravingen ten behoeve van het wegcunet en komen goed overeen met de afgebeelde structuren op topografische kaarten uit de eerste helft van de 20e eeuw. Rond 1960 worden deze woningen afgebroken. Tijdens de Archeologische Begeleiding werd verder aan de noordzijde van het plangebied een oud gemetseld riool aangetroffen onder een ophooglaag met materiaal daterend tussen 1700 en 1850. Het riool bleek tot op het moment van de werkzaamheden nog in gebruik te zijn geweest. In dit noordelijke deel van het plangebied werden verder geen resten aangetroffen van funderingen op het niveau van het ontgraven deel voor het wegcunet. Ook dit sluit goed aan bij het beeld dat zichtbaar is op topografische kaarten uit de eerste helft van de 20e eeuw.Zowel in het gemeentelijk beleid als in de Provinciale Onderzoeksagenda Zeeland (POAZ) wordt gestreefd naar het behoud van verdedigingswerken uit de 16e en 17e eeuw in Zeeland. Er kan geconcludeerd worden dat binnen het plangebied geen specifieke resten zijn aangetroffen die gerelateerd kunnen worden aan de verdedigingswerken uit de 16e en de 17e eeuw, anders dan vondstmateriaal dat aangetroffen werd in antropogene ophooglagen. Voor toekomstige plannen in de directe nabijheid van de Vaartstraat en het Philipsplein is de huidige planologische bescherming met een oppervlaktegrens van 0 vierkante meter en een dieptevrijstelling van 0,30 m -mv afdoende.