In opdracht van Zorggroep Elde, d.d. 21-12-2006, voerde BILAN een archeologisch vooronderzoek uit in de vorm van proefsleuven in het plangebied Weiakker te Esch, gemeente Haaren (provincie Noord-Brabant).Uit het bureauonderzoek bleek dat het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft, die te relateren is aan het voorkomen van een hoge zwarte enkeerdgrond. Deze gronden worden gekenmerkt door een humeus dek (esdek) met een dikte van 50 cm of meer. Een esdek ontstaat door systematische ophoging van het maaiveld via bemesting, waardoor het oorspronkelijke bodemprofiel, en dus de mogelijk onderliggende archeologie, tegen diepe grondverstoringen beschermd is. In de omgeving zijn crematiegraven en een grafveld uit de Romeinse tijd en losse vondsten uit het Neolithicum, de late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd bekend. In de eerste helft van de negentiende eeuw maakte het plangebied deel uit van een akkergebied, De Wei Akkers, pas aan het eind van de negentiende eeuw was enige bebouwing ontstaan langs de Weiakkers Weg. In de jaren erna nam de bebouwing in de omgeving van het plangebied verder toe en raakte de gehele Dorpsstraat (de voormalige Weiakkers Weg) bebouwd. Ook binnen het plangebied waren toen gebouwen verschenen en een straat ontstaan.Uit het booronderzoek bleek dat het westelijke deel van het terrein verstoord was tot op de C-horizont. In het oostelijke deel van het terrein is onder de bouwvoor een dikke bruine laag aangetroffen. In boringen 1 en 3 zijn twee scherven uit de Romeinse tijd/ vroege Middeleeuwen aangetroffen die wijzen op een vindplaats uit die periode in of nabij het plangebied.Tijdens het onderhavige proefsleuvenonderzoek bleek de bodem in het plangebied een hoge zwarte enkeerdgrond te zijn. De kenmerkende gelaagdheid van een esdek was niet meer aanwezig, in werkput 2, het zuidelijke deel van het plangebied, was nog een restant van een podzolprofiel aanwezig in de vorm van een BC-horizont. In de twee proefsleuven werden archeologische sporen aangetroffen, bestaande uit vijfenvijftig kuilen en één recente bezinkput. Deze sporen werden aan de hand van het vondstmateriaal gedateerd in de Nieuwe Tijd. De sporen zijn ontstaan door agrarisch gebruik van het land. Er werden geen oude bewoningssporen aangetroffen.Gezien de resultaten van het proefsleuvenonderzoek krijgt de vindplaats een lage waardering en daarom wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd. Dit selectieadvies dient, voordat bodemverstorende activiteiten plaatsvinden, door het bevoegd gezag te worden beoordeeld en worden onderschreven in een selectiebesluit.