ADC ArcheoProjecten heeft een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor de locatie Oude Telgterweg 177, Ermelo, gemeente Ermelo. Aanleiding is de voorgenomen uitbreiding van een bedrijfspand en aanleg van nieuwe parkeerplaatsen. De exacte ontgravingsdiepte voor de nieuwbouw is nog niet bekend. Voor dit onderzoek wordt uitgegaan van een ontgraving tot ca. 200 cm –mv. Voor de voorgenomen ontwikkeling is een omgevingsvergunning nodig. Op basis van het bureauonderzoek werden in het plangebied archeologische resten uit alle archeologische perioden worden verwacht. Gelet op de gunstige landschappelijke ligging, vindplaatsen in de omgeving en het landgebruik volgens historisch kaartmateriaal, kunnen archeologische resten en sporen vanaf de periode Neolithicum worden verwacht. Oudere vondsten uit het Paleolithicum en Mesolithicum, kunnen ook niet worden uitgesloten. In het plangebied kunnen vooral grafveldsporen en –vondsten worden verwacht die dateren uit de periode Neolithicum-IJzertijd. Deze worden verwacht onder het eventuele esdek in de top van een vergraven podzolbodem. Op basis van kaartmateriaal vanaf het begin van de 19e eeuw zijn in het plangebied geen resten van vroegere bebouwing uit de Nieuwe tijd te verwachten. Door het landbouwkundige gebruik van de bodem van de afgelopen eeuwen, maar ook door natuurlijke erosie en de aanleg van de huidige bebouwing in de twintigste eeuw, kunnen vindplaatsen zijn aangetast. Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen werd in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Dit bestond uit zes boringen verspreid over het plangebied. Hierbij is in de ondergrond een pakket pleistocene rivierafzettingen aangetroffen (Formatie van Drenthe). Het groffe zand gaat over in geelgekleurd matig fijn zand, dat wordt geïnterpreteerd als dekzand (Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel). Deze laag dekzand is alleen aanwezig in boringen 4 en 6. Boven de onverstoorde afzettingen bevindt zich na een scherpe overgang een bruingrijs gevlekte laag zwak humeus, matig grof zand met bijmenging van grind. Hierin komen moderne afvalresten en baksteenpuin voor. Dit wordt geïnterpreteerd als een (sub)recente ophogingslaag. In de zuidwesthoek van het plangebied is de bodemopbouw gedeeltelijk intact gebleven. Ter plaatse van boringen 4 en 6 is een restant van het natuurlijke podzolprofiel aanwezig op een diepte van 25 tot 55 cm –mv (ca. 11,0 tot 11,3 m +NAP). Dit is een deel van een oud loopvlak waarop archeologische resten kunnen worden aangetroffen. Onder dit niveau kunnen in de top van de Chorizont mogelijk ook grondsporen voorkomen. In het overige deel van het plangebied reikt de verstoring tot in het pleistocene rivierzand, tot gemiddeld 100 cm –mv (10,5 m +NAP). Het archeologisch relevant niveau is hier sterk verstoord en daarom is de kans op archeologische resten of grondsporen klein.