In het kader van de reconstructie van de aansluiting van de N365 bij Alteveer en de N366 is, conform het verdrag van Malta, een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO) verricht. Voor het desbetreffende onderzoek is door Libau, in de persoon van drs. J. Molema, een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld. De Provincie Groningen, afdeling Wegenbouw, heeft aan Archaeological Research & Consultancy (ARC bv) opdracht gegeven dit IVO, conform dit PvA uit te voeren. Het onderzoek bestond uit een veldonderzoek door middel van booronderzoek, dat plaatsvond op 28 oktober 2005 en onder leiding stond van dr. H. Buitenhuis, met medewerking van dhr. J. Schokker. Een vervolgonderzoek middels megaboringen werd uitgevoerd op 16 juni 2006 door A.Wieringa en M. Boltje. De resultaten van beide onderzoeken zijn samengevat in dit rapport.Op het onderzoeksterrein bevond zich aan de zuidkant bij de boorpunten 1, 8 en 9 een min of meer gave bodem waarin archeologische resten waren te verwachten. Mede gezien het Plan van Aanpak verdiende het aanbeveling om bij deze boorpunten verder onderzoek te verrichten door middel van megaboringen. In een verdicht grid werden grondmonsters verzameld en bestudeerd op het voorkomen van archeologische overblijfselen. Overtuigende archeologische indicatoren werden in deze megaboringen niet aangetroffen. Verder archeologisch onderzoek op het terrein wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Mochten er tijdens de werkzaamheden toch onverhoopt archeologische resten worden aangetroffen, dan dient dit onverwijld te worden gemeld bij het bevoegd gezag, de Provinciaal Archeoloog van Groningen, dr. H.A. Groenendijk.
Date: 2005