In opdracht van NuLelie heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch inventariserend
veldonderzoek verkennende fase uitgevoerd ten behoeve van een nieuwe ondergrondse
middenspanningskabels in meerdere gemeenten in de provincie Fryslân: Smallingerland en
Heerenveen (zie bijlage 1). De totale lengte van het tracé is ca. 54 km. Het veldwerk voor dit
tracé wordt in delen uitgevoerd. Het tracédeel besproken in dit onderzoek is ca. 16 km lang.
Op basis van de resultaten van dit bureauonderzoek geldt er voor het plangebied een lage
tot hoge verwachting op archeologische resten vanaf het Laat Paleolithicum tot en met het
Vroeg Neolithicum. De archeologische verwachting is hoog op de hoger gelegen delen
zoals grondmorene ruggen of dekzandruggen en laag voor het getijdengebied in het
noordwesten van het tracé. In het overige gebied is de verwachting middelhoog. Gezien de
vernatting van de regio vanaf het Neolithicum is er een voornamelijk lage verwachting op
resten uit de Bronstijd. Er geldt een middelhoge verwachting voor de Bronstijd voor de
hoger gelegen delen zoals grondmorene ruggen of dekzandruggen. Pas vanaf de IJzertijd
zijn er weer tekenen van menselijke bewoning op het veen en het kleidek van de rivier de
Boorne. Hierbij geldt er een middelhoge verwachting op archeologische resten vanaf de
IJzertijd tot en met de Middeleeuwen. Ter hoogte van de huisterpen en
bewoningslinten/dorpen geldt er een hoge trefkans op het aantreffen op archeologische
resten hiervoor. Voor het veengebied geldt er een lage verwachting voor deze periode. De
Kadastrale Minuutplan en overige kaarten laten zien dat er in de 18de tot de 20ste eeuw
vrijwel geen bebouwing aanwezig is in het gebied van het tracé. Het tracé kruist vrijwel geen
historische bebouwing, met uitzondering van de historische plaatsen Akkrum, Nes,
Terherne en Aldeboarne. De archeologische verwachting voor deze plaatsen is dan ook
middelhoog tot hoog voor de Nieuwe tijd. Voor het overige deel van het tracé is de
verwachting laag.
Het veldwerk voor het inventariserende veldonderzoek is verricht op 15 tot en met 17 en 20
en 21 oktober. Hierbij zijn 118 handmatige grondboringen verricht met behulp van een
Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een guts van 3 cm. De boringen zijn gezet in
een lijnsegment en elke 50 meter.
Op basis van de resultaten van het verkennende booronderzoek kan voor een groot deel
van het plangebied het risico op het verstoren van archeologische resten naar laag worden
bijgesteld wanneer er wordt gekeken naar de voorgenomen werkzaamheden. Een groot
deel van het plangebied bestaat uit veen, wat geen tekenen van veraarding laat zien in de
top. In het plangebied zal de bewoning voornamelijk worden aangetroffen op de
getijdenafzettingen van de voormalige rivier de Boorne. Hierbij zijn ter hoogte van boringen
104, 105 en 108 mogelijke restanten van terplagen aangetroffen met een hoge
archeologische verwachting op resten relaterend aan het Aalzumerklooster of het
voormalige Nesserconvent.
In boringen 117, 119 en 122 is er gerijpte en kalkloze klei aangetroffen op 70 tot 110 cm
onder maaiveld (0,72 tot 0,39 m –NAP). De kans op het aantreffen van archeologische
resten wordt alsnog laag geacht aangezien de kabel op een diepte van 80 cm komt te
liggen bij openbare grond. Hierdoor zou enkel het kleipakket ter hoogte van boring 117
geraakt worden bij de voorgenomen werkzaamheden. Aangezien boorpunt 117 wat verder
van de weg af geplaatst is en daarmee ook wat lager op het talud van de Nije Boarnsterdyk
wordt de kans alsnog laag geacht dat archeologische resten worden geraakt.
In het oostelijke deel van het tracé, is er in boringen 3, 4, 16, 17 t/m 19 en 45 dekzand
aangetroffen onder het veen. Ter hoogte van boring 17 lijkt er dekzandopduiking te zijn met
een intacte E-horizont nog aanwezig. Deze E-horizont is aangetroffen op 110 cm onder
maaiveld. In de omringende boringen 16, 18 en 19 is er slechts nog een B-horizont
aangetroffen. De archeologische verwachting op Steentijd blijft aanwezig ter hoogte van
deze locatie, echter wordt deze laag door de voorgenomen werkzaamheden (0,8 m -mv op
openbare grond) niet verstoord. De kans op het aantreffen van archeologische resten
binnen de voorgenomen graafwerkzaamheden wordt klein geacht.
Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt voor het
plangebied vervolgonderzoek aanbevolen. Geadviseerd wordt om een opgraving – variant
archeologische begeleiding uit te voeren naar het deel van het tracé dat zich bevindt tussen
boorpunt 103 en 109. Het advies staat weergegeven per gemeente in de tabel hieronder.
Voorafgaand dient hiervoor een PvE te worden opgesteld dat ter goedkeuring moet worden
voorgelegd aan de bevoegde overheid/overheden.