Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (20139.001) Maas-Waalweg 15 te Zuilichem

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachting. Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden vanaf de Late-IJzertijd. Deze verwachting is gebaseerd op de veronderstelde landschappelijke ligging van het plangebied binnen de Gameren stroomgordel. Deze stroomgordel was actief vanaf circa 1000 voor Chr. tot 90 na Chr. (Late-Bronstijd t/m Late-IJzertijd). Vanaf circa 430 na Chr. ontstond de stroomgordel van de Waal-Merwede verder ten noorden van het plangebied. Wellicht dat tijdens zijn actieve fase, en voordat bedijking plaatsvond, nog een afdekking met een (dunne) laag komklei heeft plaatsgevonden. Vindplaatsen uit de IJzertijd en Romeinse tijd komen veelvuldig voor binnen het gemeentegebied van Zaltbommel, waarvan een deel ook gelegen is op en langs de oeverwalzone van de stroomgordel van Gameren. In de nabijheid van het plangebied en binnen dan wel direct langs de zone van de Gameren stroomgordel, liggen ook meerdere AMK-terreinen van hoge archeologische waarde, aangeduid als oude woongronden en waar IJzertijd en vooral Romeins aardewerk is aangetroffen tijdens de bodemkartering in 1945. Opvallend is dat de in ARCHIS geregistreerde onderzoeken in de nabijheid van het plangebied, waarbij het gaat alleen om prospectief onderzoek, niet geresulteerd hebben in het aantreffen van archeologische resten dan wel archeologische lagen, welke kunnen duiden op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal laat zien dat het plangebied vanaf het begin van de 19e eeuw tot eind jaren ’70 van de 20e eeuw in agrarisch gebruik is geweest. Er zijn dan ook geen indicaties dat ter plaatse van het plangebied historische bebouwing/de kans op de aanwezigheid van resten/sporen van een historisch erf wordt klein geacht (Late-Middeleeuwen (vanaf de 12e/13e eeuw) - Nieuwe tijd). Resultaten inventariserend veldonderzoek. De in het veld vastgestelde paleo-geografische opbouw komt duidelijk overeen met gegevens van de digitale geologische-geomorfologische kaart van de Rijn-Maas delta (2012), welke ook de meest recente inzichten geeft. Er is sprake van een bodemopbouw bestaande uit oever-/kronkelwaard- op beddingafzettingen, welke zullen zijn gesedimenteerd tijdens de actieve fase van de Gameren stroomgordel. Een afdekkende laag komafzettingen gesedimenteerd tijdens de actieve fase van de Waal-Merwede stroomgordel, welke op basis van het bureauonderzoek nog kon worden verwacht, is niet aangetroffen. In de oostelijke helft van het plangebied is sprake van een vrij intacte bodemopbouw/zijn bodemverstorende ingrepen beperkt gebleven tot de huidige bouwvoor. De in de top van de oeverafzettingen aanwezige kalkhoudende poldervaaggrond bestaat uit een agrarisch bewerkte Ap-horizont, gevolgd door een zwak ontwikkelde verbruinings-Bw-horizont tot circa 50 cm -mv. Voor de oostelijke helft van het plangebied geldt dan ook dat het archeologisch potentiële sporenniveau nog merendeels intact aanwezig is. Archeologische resten worden vooral in de huidige bouwvoor verwacht en kunnen door agrarische werkzaamheden enigszins verspreid zijn geraakt, maar kunnen wel wijzen op de mogelijke aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Voor de westelijke helft van het plangebied geldt dat er reeds sprake is een vrij diepgaande verstoorde bodemopbouw, zowel ter plaatse van het parkeerterrein als de verharde terreindelen/groenstroken/delen siertuin rondom de bestaande bebouwing. In vergelijking met de oostelijke helft van het plangebied reiken bodemverstoringen tot zeker 35 cm dan wel dieper in de top van de oorspronkelijke C-horizont, waarmee het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau in sterke mate, zo niet volledig verstoord zullen zijn. Conclusie. Geconcludeerd wordt dat de oostelijke helft van het plangebied zijn hoge verwachting behoudt op het voorkomen van archeologische waarden uit de perioden IJzertijd t/m Vroege-Middeleeuwen/begin Late-Middeleeuwen (11e eeuw). Voor de westelijke helft van het plangebied dient deze verwachting te worden bijgesteld naar laag. Advies. Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om binnen de oostelijke helft van het plangebied, binnen een oppervlakte van circa 8.660 m² (zie figuur 21), een vervolg-/aanvullend onderzoek te laten uitvoeren. Door de geplande ingreep kunnen hier mogelijk nog aanwezige archeologische waarden worden verstoord. Geadviseerd wordt het vervolg-/aanvullend onderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een karterend booronderzoek, type C3 (boorgrid van 17 x 20 meter met een 12 cm Edelmanboor). Het opgeboorde materiaal (bovenste halve meter) dient te worden versneden/verbrokkeld in om te inspecteren op het voorkomen van archeologische indicatoren. De verwachting is dat een eventuele vondstlaag (deels) zal zijn opgenomen in de bouwvoor, waardoor archeologische (nederzettings)resten bestaande uit een vondststrooiing van overwegend aardewerk kunnen worden verwacht in met name de bovenste halve meter van de bodemopbouw. Voor de westelijke helft van het plangebied (parkeerterrein, bebouwde delen en terreindelen direct rondom de bestaande bebouwing) wordt, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geadviseerd geen vervolg-/aanvullend onderzoek te laten plaatsvinden. Hier is sprake van een verstoorde bodemopbouw, waardoor het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau in sterke mate, zo niet volledig verstoord/aangetast zullen zijn. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. Ten aanzien van de westelijke helft van het plangebied kan de aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Reactie bevoegd gezag. De gemeente Zaltbommel heeft het rapport doorgenomen en beoordeeld. Er kan ingestemd worden met de conclusie om het westelijk deel vrij te geven en het oostelijk deel nader te onderzoeken. Dit volgens bijgaand plankaartje (zie figuur 21).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/S8FQB5
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/S8FQB5
Provenance
Creator Broeke, ten, E.M.
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Broeke, ten, E.M.; Econsultancy; Broeke, E.M. ten
Publication Year 2022
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Broeke, ten, E.M. (Econsultancy)
Representation
Resource Type Archeologisch prospectief onderzoek; Dataset
Format application/pdf
Size 15966772
Version 1.0
Discipline Humanities
Spatial Coverage Doetinchem