archeologische begeleiding van de bouw van een ligboxenstalDe aanleiding tot de hier beschreven archeologische begeleiding (AB) zijn de bouwplannen van de heer J. Oskam voor een nieuw stalgedeelte op de onderzochte locatie aan Marsdijk 3 te Bunnik, gemeente Bunnik, provincie Utrecht. Omdat deze locatie deel uitmaakt van een archeologisch rijksmonument en de plannen met bodemverstorende ingrepen gepaard gaan, is een monumentenvergunning benodigd omdat er bodemverstorende ingrepen plaatsvinden. Het uiteindelijke verlenen van deze vergunning is het resultaat van een belangenafweging door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tussen het maatschappelijke belang (behoud van de vindplaats) en de gebruiksmogelijkheden voor de eigenaar.In deze monumentenvergunning is als voorwaarde opgenomen dat de grondwerkzaamheden onder archeologische begeleiding worden uitgevoerd. De heer J. Oskam heeft MUG Ingenieursbureau, afdeling Archeologie, opdracht gegeven de AB uit te voeren. Het plangebied ligt aan de zuidelijke rand van het archeologisch rijksmonument (31H-001) dat het Romeinse castellum Fectio omvat en in gebruik was van 4-5 tot circa 260-270 na Christus. Behalve het legerkamp bevinden zich binnen dit monument ook de resten van de bijbehorende vici (burgerlijke nederzetting), een havencomplex, diverse grafvelden en wegen. De ondergrens van de graafwerkzaamheden ten behoeve van de bouwput vormt de einddiepte van de archeologische begeleiding. Er is één grote werkput aangelegd die laagsgewijs is verdiept tot het eerste sporenniveau.Het archeologische monument ligt op de Oud Wulverbroekse stroomrug. Aan de zuid- en oostzijde van het monumentterrein liggen een aantal kleinere en grotere restgeulen van oudere(?) fasen van het riviersysteem. Tijdens de archeologische begeleiding werd op een diepte van ongeveer 1,7 m onder maaiveld matig grof zand (beddingafzettingen) aangetroffen, met daarboven lagen die behoren tot de stroomrug. Het onderzoeksgebied bevindt zich net in de randzone van de restgeul. Boven de stroomrugafzettingen ligt binnen het onderzoeksgebied een ophoogpakket dat dateert uit de nieuwe tijd.Binnen het onderzoeksgebied zijn enkele sloten en kuilen uit de nieuwe tijd aangetroffen. Deze worden geïnterpreteerd als de randzone van een boerenerf. Dit erf was in ieder geval in gebruik in de 17e/18e eeuw en zal vermoedelijk een directe voorganger vormen van de huidige boerderij. De kern van dit erf moet waarschijnlijk gezocht worden onder de huidige boerderij. In de afzettingen op de noordelijke oever van een restgeul van het Oud-Wulverinkse systeem is een dunne spreiding vondstmateriaal uit de Romeinse tijd aangetroffen (een scherf van een drinkbeker en enkele dakpanfragmenten). Dit betreft waarschijnlijk off-site materiaal van andere vindplaatsen binnen het archeologische rijksmonument. Het onderzoek heeft geen overtuigende aanwijzingen opgeleverd voor een vindplaats uit de Romeinse tijd ter plekke of in de directe nabijheid. Vanwege de combinatie met onderkelderde bebouwing op het erf en de geconstateerde aanwezigheid van vrij omvangrijke bodemverstoringen, zou overwogen kunnen worden het huidige boerenerf de status van archeologisch rijksmonument te ontnemen. In plaats daarvan zou een lagere aanduiding op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) – bijvoorbeeld 'terrein van Archeologische Waarde'- volstaan, gekoppeld aan een bescherming via het bestemmingsplan.