Tijdens het proefsleuvenonderzoek in het plangebied aan de Markt 20-24 te Gendt zijn 6 proefsleuven aangelegd met een gezamenlijke oppervlakte van circa 200 m². Bij het veldonderzoek in proefsleuf 1 is een oude akkerlaag waargenomen waarin vondsten (aardewerk, metaal en natuursteen) zijn aangetroffen die wijzen op een date-ring vanaf de middeleeuwen tot in de Nieuwe tijd. Een tweede cultuurlaag (12) is gezien tijdens het veldwerk in proefsleuf 3, waarbij deze laag in relatie staat tot de recent afgebroken bebouwing. Aanvullend zijn er resten gevonden die wijzen op lokale activiteit vanaf het midden van de 19e eeuw. Zo zijn in proefsleuf 2, tijdens het munitieonderzoek, metalen spoorstaven gevonden die in het teken staan van de fabricage van baksteen. De werkgelegenheid in Gendt vanaf de tweede helft van de 19e eeuw tot aan de tweede helft van afgelopen eeuw is sterk gerelateerd aan de baksteenproductie. Het restant van een bakstenen structuur (S4), welke op circa 50 cm onder maaiveld is aangetroffen in het uiterste oosten van proefsleuf 3 kan mogelijk gerelateerd worden aan bestrating, zichtbaar op de topografische kaarten tussen 1908 en 1929. Dit is kort na de bouw van het gemeen-tekantoor (1899) aan de Markt 22. Deze achterom is daarbij waarschijnlijk gebruikt door de gemeenteambtena-ren uit het begin van de 20e eeuw. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat tijdens het veldonderzoek vondsten zijn aangetroffen met een datering vanaf de middeleeuwen tot aan de Nieuwe tijd, zoals hierboven aangegeven. Dit is grotendeels in over-eenstemming met de bevindingen uit het booronderzoek. Het proefsleuvenonderzoek heeft echter niet gere-sulteerd in het aantreffen van een historische vindplaats. Dit heeft te maken met de ontgravingsdiepte. Hierbij is de bouwdiepte vanuit het architectonisch ontwerp aangehouden. De gestelde dieptes reiken echter tot op de oeverafzettingen afgewisseld met ophoogpakketten van het naastliggende dijklichaam. In geen van de profielen is de C-horizont aangesneden. Dit betekent dat op grotere diepte in de bodem nog intacte archeologische resten en mogelijk zelfs een vindplaats aanwezig kan zijn. Mogelijk gaat het dan om resten die in relatie staan tot bij-voorbeeld de twee archeologische monumenten die op enkele honderden meters afstand van de onderzoeks-locatie zijn gesitueerd. Het gaat dan om monumenten met een datering in de late middeleeuwen.Zoals reeds vermeld blijkt uit de waardering op de door de KNA voorgeschreven wijze dat eventuele resten, dieper in de ondergrond, op de onderzoekslocatie, behoudenswaardig zijn. Aangezien tijdens de bouwwerk-zaamheden rekening wordt gehouden met de mogelijke archeologie in de ondergrond, wordt een vervolgon-derzoek in de vorm van een opgraving, tijdens de huidige bouwwerkzaamheden niet geadviseerd en de vergun-ning te verlenen. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek wordt geadviseerd de status van het plange-bied, op de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart (kaart 7) niet aan te passen, gezien de aanwezig-heid van archeologische resten in de ondergrond niet kunnen worden uitgesloten. Dit deel van het advies impli-ceert bij bouwwerkzaamheden in de toekomst, het terrein opnieuw onderzocht zal worden op de aanwezigheid van archeologische resten in de ondergrond.