Op basis van het bureauonderzoek is in het plangebied de volgende gespecificeerde archeologische verwachting geformuleerd. Er zijn twee archeologisch niveaus aanwezig. In de top van het aanwezige Hollandveen kunnen archeologische resten voorkomen vanaf de Vroege Middeleeuwen, maar mogelijk vanaf de Late IJzertijd. Een eventuele vindplaats op het veen kan bestaan uit een strooiing van archeologische indicatoren als aardewerk, houtskool en mogelijk een donkergrijze opgebrachte leemlaag. De top van het veen is vermoedelijk sterk aangetast door oxidatie en grondbewerking. Op oude kaarten uit de periode 1800 – 1950 is in het zuidoostelijke deel van het plangebied een boerderijplaats aanwezig, waarvan de ouderdom mogelijk nog verder teruggaat. Bij de herinrichting van het gebied tussen 1929 en 1952 is deze boerderij afgebroken. Een tweede ‘theoretisch’ archeologisch niveau is de top van de kwelderafzettingen van het Laagpakket van Wormer, die onder het veen aanwezig zijn. Deze kunnen in gebruik zijn geweest vóór de veengroei, die begon rond vijfduizend jaar voor heden in het Neolithicum. Resten uit de periode in het gebied zijn vooralsnog uiterst zeldzaam. De geringe bodemverstoring die is voorzien bij de bouw van de tuinbouwkas vormt geen bedreiging voor de verwacht archeologische resten uit de Nieuwe Tijd. Bij eventuele grootschalige bodemingrepen in de toekomst bestaat er wel een kans dat archeologische resten worden geroerd. In dit geval dient rekening te worden gehouden met archeologisch onderzoek