De laagopeenvolging binnen het plangebied bestaat van boven naar
onder uit matig fijn, zwak siltig, matig humeus zwart grijs zand, de bouwvoor.
In boringen dertien boringen (1- 4, 9, 28, 29, 31 ,33, 35 37, 39 en 40) is
onder de bouwvoor een vergraven laag aanwezig. In de boringen 3, 4,
9 en 29 is de bodem vergraven tot in de C-horizont. In 11 boringen (6-
8, 30-36 en 38-41) zijn (deels) intacte podzolbodems aangetroffen op
een diepte van 0,20 – 0,60.
Lycens adviseert om vervolgonderzoek uit te voeren in het
noordoostelijk deel van het plangebied. Hier zijn deels intacte
podzolbodems aangetroffen binnen de verstoringsdiepte van 2 m-mv.
Het vervolgonderzoek kan bestaan uit een karterend booronderzoek
om archeologische indicatoren, zoals aardewerk, vuursteen, houtskool
op te sporen.