Op 27 november 2008 verleende Bureau Verkuylen BV namens Ruimte voor Ruimte CV aan BILAN opdracht voor een archeologisch bureau- en inventariserend booronderzoek (karterende fase) voor het plangebied‘Achterweg 28’ in Herpt in de gemeente Heusden (provincie Noord-Brabant).Uit het bureauonderzoek bleek dat het plangebied volgens de IKAW vanwege de ligging op de relatief recente stroomgordel van het Oude Maasje een lage archeologische verwachting. Op de oeverwallen vandeze rivier zijn echter archeologische waarden uit de late ijzertijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen bekend.Het gebied direct ten oosten van het plangebied heeft vanwege het voorkomen van oude woongrondenvan Herpt wel een hoge archeologische verwachting. In het begin van de negentiende eeuw bevond zich echter ook in het plangebied bebouwing van deze nederzetting. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische waarden uit de vroege en late Middeleeuwen, de Nieuwe tijd en mogelijk ook uit de Romeinse tijd aangetroffen.Het oostelijke deel van het plangebied is in ieder geval vanaf de eerste helft van de negentiende en mogelijk eerder bebouwd geweest. In de loop van de negentiende en/of twintigste eeuw is deze bebouwing vervangen door nieuwbouw. Het centrale deel van het plangebied is vanaf de jaren vijftig bebouwd geweest. In de jaren zeventig is de bebouwing in het plangebied door nieuwere grotere bebouwing vervangen en is ook het noordelijke deel van het plangebied bebouwd geraakt. Over hetalgemeen heeft bedrijfsbebouwing een beperkte funderingsdiepte, waardoor de verwachting is dat de bodem in het plangebied nog grotendeels onverstoord is. Op basis van deze gegevens kunnen in deafzettingen van het Oude Maasje (vanaf of nabij het maaiveld) archeologische waarden uit de late ijzertijd, Romeinse tijd, Middeleeuwen en Nieuwe tijd aanwezig zijn en wordt aan het plangebied een hogearcheologische verwachting toegekend.Uit het veldonderzoek bleek dat de geul-/ oeverwalafzettingen van de stroomgordel van het Oude Maasje in het plangebied vanaf een diepte van 60 à 165 cm –mv (d.w.z. 34 à 164 cm +NAP) aanwezig zijn. Dezeafzettingen zijn afgedekt met kleiiger oeverwal(-kom-nabije-)afzettingen. De top van deze afzettingen zijn door antropogene afzettingen beïnvloed, waardoor waarschijnlijk een oude woongrond is ontstaan. Deze oude woongrond is plaatselijk door recentere ingrepen verstoord. Eventuele archeologische waarden worden vanaf het maaiveld verwacht en zullen derhalve bij de bouwwerkzaamheden worden verstoord. Er werden uitsluitend archeologische indicatoren uit de Nieuwe tijd aangetroffen, die kunnen wijzen op een vindplaats in of rondom het plangebied. Op basis van het uitgevoerde onderzoek is de kans op het aantreffen van indicatoren uit de vroegere perioden klein en kan de aanwezigheid van archeologische waarden uit vroegere perioden niet worden uitgesloten.Op basis van deze gegevens behoudt het plangebied een hoge archeologische verwachting en wordt, indien in het plangebied bodemingrepen worden uitgevoerd, geadviseerd een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek uit te voeren om de aan- of afwezigheid vast te stellen en, indien aanwezig, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijkekwaliteit van de archeologische waarden te bepalen.Dit selectieadvies moet, voordat bodemverstorende activiteiten plaatsvinden, door de verantwoordelijke overheid worden beoordeeld en onderschreven in een selectiebesluit. Voorafgaand aan het vervolgonderzoek dient een Programma van Eisen worden opgesteld, dat dient te worden geaccordeerd door de verantwoordelijke overheid.
BAAC - BILAN RAPPORT 2010/B1618
BAAC rapport F-10.0006 B1618