archeologische opgraving (variant archeologische begeleiding (BRL 4000, protocol 4004, KNA 4.1)) uitgevoerd voor een gedeelte van de straten Molenplein en De Burcht in Werkendam, gemeente Altena.
De aanleiding voor het archeologisch onderzoek in 2021 is de voorgenomen vervanging van de bestaande ondergrondse infrastructuur in de genoemde straten. Er is hier door de bevoegde overheid gekozen voor een opgraving – variant archeologische begeleiding, omdat de straten niet eerder kunnen worden afgesloten dan dat er daadwerkelijk met de geplande werkzaamheden wordt aangevangen. Dit vanuit veiligheid en overlast voor omwonenden en gebruikers van de openbare ruimte.
De archeologische begeleiding die nu is uitgevoerd is niet het eerste archeologisch onderzoek ten zuiden van de historische kern van Werkendam. Dit onderzoek moet daarom ook worden ingepast in de eerdere onderzoeken die naar de laatmiddeleeuwse burcht van Werkendam en haar directe omgeving zijn uitgevoerd. Omwille van deze inpassing is ervoor gekozen de historische kaartanalyse die naar aanleiding van de opgraving in 2016 werd uitgevoerd integraal is dit rapport op te nemen en aan te vullen met de nieuwe inzichten op basis van het nu uitgevoerde veldwerk in het voorjaar van 2021.
In totaal is ongeveer 1.133 m2 opgegraven, verdeeld over tien werkputten. Tijdens de opgraving is in de regel één vlak aangelegd. De diepte van het archeologisch vlak varieerde van ongeveer 0,8 tot 1,1 m -mv.
In totaal zijn er tijdens het archeologisch onderzoek 47 spoornummers uitgedeeld. Een aantal sporen is in meerdere putten aangetroffen (doorlopende sporen zoals greppels e.d.) en daarom dubbel opgenomen in de administratie (deze zijn ook allemaal in de sporenlijst opgenomen). Uiteindelijk zijn er 29 unieke sporen aangetroffen, waarvan er 16 lagen waren en 3 recente verstoringen. Er zijn dus 10 archeologische sporen aangetroffen: muurresten, delen van laatmiddeleeuwse grachten (of waterlopen), kuilen en een palenrij. Net als bij de in 2016 uitgevoerde opgraving is ook bij de opgraving van 2021 een stuk van een beschoeiing gevonden. Behalve het hout hieruit zijn nog verschillende andere vondstcategorieën verzameld, waarvan het merendeel aardewerk betreft. Het vondstmateriaal dateert overwegend tussen 1600 en 1850.
Bodemopbouw
De bodemopbouw zoals die bij dit onderzoek is aangetroffen wijkt af van de bodemopbouw die in 2016 werd aangetroffen: daar was de bodemopbouw meer uniform dan hier, en werd het vlak steeds aangelegd op lichtbruingrijze matig siltige klei, die geïnterpreteerd zijn als oeverwal-afzettingen. Deze bevond zich in werkput 1 (aan de oostkant van het terrein) vanaf ongeveer 0,8 m -mv. Bij onderhavig onderzoek bleek de bodemopbouw meer geroerd te zijn. Het verschil in bodemopbouw kan worden verklaard doordat dit onderzoek dichter bij het laatmiddeleeuws kasteelterrein heeft plaatsgevonden. Het is dan ook niet vreemd dat niet alleen de grachten zijn opgevuld met afvalmateriaal, maar dat ook daartussen diverse ophogingslagen liggen met puin- en aardewerkresten erin. Ook is het mogelijk dat bij latere bodemingrepen grond is opgebracht met daarin puin- en aardewerkresten.
Conclusies
Van het kasteelterrein zijn alleen perifere resten aangetroffen bij dit onderzoek; de burcht zelf heeft buiten het opgegraven terrein gestaan. De aangetroffen resten bestaan uit delen van de gracht die rondom het burchtterrein heeft gelegen. De demping daarvan kon worden gedateerd tussen 1650 en 1800/1825. Daarnaast, aan de oostkant, is nog een stuk van een gracht gevonden, die ook in 2016 al aangesneden was. Er kan dan ook geconcludeerd worden dat er óf een dubbele (of zelfs driedubbele) gracht rond de burcht heeft gelegen, óf dat de oostelijke watergangen alleen voor afwatering van het Slik gediend hebben. Verder is het opgevallen dat er tot grote diepte (maximaal 1,9 m -mv) diverse antropogene lagen aanwezig zijn, waarin vondstmateriaal of spikkels aardewerk en baksteen aanwezig zijn. Dit zijn waarschijnlijk ophogingslagen die met het in ongebruik raken van het kasteelterrein en het latere gebruik van het gebied geassocieerd kunnen worden. Behalve resten van de burcht zijn nog enkele stukken muurwerk aangetroffen, maar deze bleken uiteindelijk relatief recent te zijn, en dus niet van archeologisch belang.
Met dit onderzoek is weer een nieuw deel van het laatmiddeleeuwse grachtensysteem rondom De Burcht blootgelegd, maar hoe deze watergangen met elkaar verbonden waren is nog steeds niet duidelijk. Wellicht dat onderzoeken die in de toekomst in de nabijheid van De Burcht worden uitgevoerd daar nog licht op kunnen werpen.