Plangebied Project Tunnelrenovaties Zuid-Holland (PTZ). Onderzoeksgebied Tunnelrenovatie de Noord te Oostendam en Alblasserdam, gemeenten Ridderkerk, Hendrik-Ido-Ambacht en Alblasserdam; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

DOI

In opdracht van Rijkswaterstaat West Nederland heeft RAAP in januari/februari 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het onderzoeksgebied Tunnelrenovatie de Noord te Oostendam en Alblasserdam in de gemeente Ridderkerk, Hendrik-Ido- Ambacht en Alblasserdam. Het gehele projectgebied (plangebied) voor het archeologisch onderzoek omvat de volgende tunnels (onderzoeksgebieden): Sijtwendetunnel (Park-, Vliet- en Spoortunnel), tunnel de Noord (Noordtunnel), Drechttunnel en de 1e en 2e Beneluxtunnel. Vanwege de geografische spreiding van deze onderzoeksgebieden is het bureauonderzoek in vier aparte rapportages opgesteld.In het kader van bijlage 1 van de Samenwerkingsovereenkomst Cultureel Erfgoed RWS-RCE is het PTZ aangewezen als erfgoedpilot. Na afstemming met het merendeel van de betrokken bevoegde overheden (betreffende gemeenten en de provincie Zuid-Holland) zijn per onderzoeksgebied diverse aandachtpunten geformuleerd die mogelijk onderwerp van vervolgonderzoek kunnen zijn in de uitvoeringsfase van PTZ. Op basis van het bureauonderzoek wordt hier nader invulling aan gegeven. Onderhavig rapport betreft het archeologisch bureauonderzoek voor het onderzoeksgebied Tunnelrenovatie de Noord te Oostendam en Alblasserdam in de gemeente Ridderkerk, Hendrik-Ido- Ambacht en Alblasserdam.Resultaten bureauonderzoek In relatie tot de toekomstige bodemingrepen (vervanging van kabels en leidingen in bestaande kabelsleuven) kan in het algemeen worden gesteld dat deze ingrepen zich zullen beperken tot graafwerkzaamheden in reeds geroerde grond. Alhoewel vanwege de landschappelijke ligging in delen van het onderzoeksgebied bewoningssporen vanaf de ijzertijd/Romeinse tijd kunnen worden aangetroffen, zullen deze binnen de beoogde bodemingrepen (in/rondom reeds geroerde grond), mogelijk niet meer intact zijn en bovendien slecht zichtbaar zijn in het vlak. Naar verwachting kunnen tijdens of voorafgaand aan de bodemingrepen echter wél profielopnames worden gemaakt. De te verwachten archeologische elementen zoals dijken, kades, greppels zijn hierin mogelijk redelijk tot goed te documenteren.De bodemontsluitingen binnen de beoogde bodemingrepen lenen zich in het onderzoeksgebied dan ook vooral voor onderzoek naar: De kruising van het onderzoeksgebied met dijken en historische wegen, die mogelijk dateren uit de late middeleeuwen; Door laatmiddeleeuwse overstromingsafzettingen afgedekte oudere fasen van laatmiddeleeuwse verkaveling; Opbouw van de Oud Alblas stroomgordel en hieraan gerelateerde inrichting van het landschap uit de Romeinse tijd.Advies Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in delen van het onderzoeksgebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Gezien de verwachte hoge mate van verstoring van de ondergrond zullen archeologische resten (met name bewonings/begravingsresten) echter niet meer intact aanwezig zijn. Dit gegeven, gecombineerd met de beperkingen voor het doen van archeologisch veldonderzoek als gevolg van de huidige inrichting van het onderzoeksgebied, maakt regulier vervolgonderzoek binnen de AMZ-cyclus lastig. Dit was op voorhand reeds duidelijk.Om archeologische en archeo-landschappelijke informatie te verkrijgen uit de beoogde bodemontsluitingen wordt aanbevolen het archeologisch veldonderzoek als maatwerk vorm te geven. Dit houdt in dat het archeologisch veldonderzoek vorm gegeven kan worden in nauwe samenwerking met de betrokken civieltechnische partijen en het archeologisch bevoegd gezag. Bij het concretiseren van de locatie, omvang én tijdstip van de (voorbereidingen op de) bodemingrepen kan het archeologisch onderzoek in samenspraak worden ingepast. Hierbij kunnen geschikte locaties en ingrepen worden gedefinieerd waarbinnen het archeologisch veldonderzoek kan worden uitgevoerd, gericht op de in paragraaf 4.1 gedefinieerde punten.Als aanzet voor het veldonderzoek worden de volgende aanbevelingen gedaan: Geadviseerd wordt om profielopnames te maken bij enerzijds de proefsleuven die worden gegraven om de ligging van kabels en leidingen te bepalen en anderzijds bij de graafwerkzaamheden ten behoeve van de daadwerkelijke vervanging. Bij het graven van de civieltechnische proefsleuven kan worden overwogen het profiel lokaal dieper door te zetten ten behoeve van archeologische waarnemingen. Middels de profielopnames kan naast het documenteren van eventueel aanwezige archeologische resten ook meer detailinformatie worden verkregen over de landschappelijke opbouw. In aanvulling daarop kunnen enkele archeo-landschappelijke boorraaien worden gezet om detailinformatie over de bodemopbouw te verkrijgen. Dit lijkt met name zinvol te zijn ter hoogte van de kruising met de stroomgordel Oud Alblas. Om de bodemontsluiting in deze moeilijke bereikbare onderzoeksgebieden optimaal archeologisch te benutten wordt aanbevolen om aansluiting te zoeken met het project EARTHWORK van Wageningen University & Research. Dit onderzoek richt zich op de datering van aardwerken, zoals dijken en kades. Dergelijke elementen worden in het onderzoeksgebied verwacht.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-ZFJ-MP7F
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-ZFJ-MP7F
Provenance
Creator R.A.C. Kroes; K. Wink
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor A.M. Brinkman; RAAP Archeologisch Adviesbureau BV
Publication Year 2021
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact A.M. Brinkman (RAAP Archeologisch Adviesbureau BV.)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 10204; 9993; 887; 6366; 7412183
Version 1.0
Discipline Humanities