Plangebied Smalle Einde te Ouddorp, gemeente Goedereede, archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven

DOI

In opdracht van de gemeente Goedereede heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau van 11 t/m 13 juni 2007 een inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven uitgevoerd in plangebied Smalle Einde te Ouddorp, gemeente Goedereede. Het onderzoek diende uitgevoerd te worden omdat er in het plangebied tijdens karterend booronderzoek archeologische resten waren aangetroffen die mogelijk bedreigd worden door voorgenomen woningbouw. Doel van het onderzoek was vast te stellen of er in het plangebied inderdaad archeologische waarden aanwezig zijn (karterende fase) en, indien dit het geval zou zijn, te bepalen wat daarvan de kwaliteit (gaafheid en conservering), aard, datering, omvang en diepteligging is (waarderende fase). Tijdens het veldonderzoek zijn 2 proefsleuven aangelegd, waarbij in totaal circa 2 372 m ontgraven is. De proefsleuven zijn schavenderwijs aangelegd met een kraanmachine met een gladde bak. In beide proefsleuven is één vlak op circa 80 cm -Mv aangelegd. De aangetroffen antropogene grondsporen zijn afgewerkt. Om de verspreiding van archeologisch relevante lagen in het oostelijke deel van het plangebied te begrenzen, zijn bovendien 6 boringen gezet om de aanwezigheid van de gevlekte laag vast te stellen. In het plangebied is een circa 20 cm dikke, goeddeels intacte, ‘vuile’ laag aangetroffen, met daarin kleine hoeveelheden aardewerk, bot- en houtskoolfragmenten. Mogelijk gaat het om het erf van een laat-middeleeuwse huisplaats. Het is niet duidelijk waar de bijbehorende boerderij lag. Waarschijnlijk liggen de resten hiervan naast de proefsleuven. Het is ook mogelijk dat de bijborende bewoning zich buiten het plangebied bevond, bijvoorbeeld aan de Waterweg die het plangebied in het zuiden 2 begrenst. De vermoedelijke omvang van de vindplaats bedraagt 3600-4100 m . Opgemerkt dient te worden dat bij het vaststellen van deze omvang uitgegaan is van de aanwezigheid van de ‘vuile’ laag. De archeologische sporen, in de vorm van greppels, kuilen en paalkuilen hebben een meer beperkte horizontale verspreiding. De sporen zijn gerelateerd aan de ‘vuile’ laag en dateren waarschijnlijk uit de Late Middeleeuwen. De sporen zijn over het algemeen gaaf. Van een aantal sporen is alleen de basis in het vlak waargenomen. Dit geldt met name voor een aantal greppels en kuilen in het oostelijke deel van proefsleuf 2. Er zijn geen grondsporen aangetroffen die toegeschreven kunnen worden aan een huis. Op basis van de fysieke en

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-Z6R-6Y8B
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-Z6R-6Y8B
Provenance
Creator M.S. Lesparre-de Waal
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor m verbruggen; RAAP Archeologisch Adviesbureau
Publication Year 2020
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact m verbruggen (RAAP)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 5882; 6072; 1238; 3213; 52843; 2128706
Version 1.0
Discipline Humanities