Academiestraat 14 Harderwijk

DOI

Het pand aan de Academiestraat 14 is een belangrijk gebouw voor de historie van Harderwijk. Het gebouw heeft deel uitgemaakt van het Sint-Catharinaklooster dat al in 1439 bestond. Dit klooster is gesticht door de zusters tertiarissen in het zuidwesten van Harderwijk dat met de stadsuitbreiding van omstreeks 1315 al binnen de stadsmuren kwam te liggen. Zij leefden volgens de regels van de derde orde van Sint Franciscus. Zij werden ook wel de zusters van het Gemene Leven genoemd. De zusters leefden in gemeenschap van goederen maar legden geen kloostergelofte af. Het onderzochte gebouw heeft zeer waarschijnlijk dienst gedaan als hoofdgebouw van het klooster waar de zusters sliepen en aten. De naastgelegen kapel werd volgens een opschrift boven de toegangsdeur in 1502 gebouwd, een jaar voor de grote stadsbrand. Deze kapel is een dubbelkapel. De kloosterzusters volgden de mis in de bovenkapel en de inwoners van de stad in de benedenkapel. Gezien de dichtgezette doorgang, op de eerste verdieping, in de gevel van de kapel, konden de zusters vanuit het onderzochte gebouw ongezien de bovenkapel bereiken. De oorspronkelijke kapconstructie bestaat uit 9 gebinten, voorzien van gekraste telmerken; de kelder heeft kruisgewelven, in het midden rustend op bakstenen zuilen. De gevels zijn gemetseld in staand verband en kruisverband met klezoren op de hoeken van het pand.

Na de reformatie, toen Harderwijk protestants werd, werd het Sint-Catharinaklooster in 1582 gesloten. Hierna werd een aantal gebouwen van het complex door de stad verhuurd of verkocht. In 1600 verhief het kwartier van de Veluwe, de Latijnse school in Harderwijk tot het Gymnasium Velavicum als vooropleiding tot de universiteit. Deze hogeschool werd gevestigd in de gebouwen van het Sint-Catharinaklooster. De collegezalen werden ingericht in de kapel van het Sint-Catharinaklooster. Naast een eerste studentenverblijf (oeconomie) in de nabijheid van de Grote Kerk, werd in het Sint-Catharinaklooster, in 1630, een tweede oeconomie ingericht. Wegens gebrek aan financiële middelen moest deze oeconomie al in 1641 worden gesloten. Op de kaart van Nicolaes van Geelkercken uit 1639 staat als bestemming voor het klooster ‘Hooge Schole en Oeconomie’.

In 1603 werd het onderzochte pand in gebruik genomen als dienstwoning voor de rector van de Illustere Hogeschool (Gymnasium Velavicum), dat deze functie tot 1643 vervulde. De kapel, waar de colleges werden gegeven grenst aan de zuidzijde van de voormalige dienstwoning. In 1647 werd het Gymnasium Velavicum verheven tot Gelderse Academie met promotierechten. Beroemde promovendi waren onder meer de Zweedse botanicus Carolus Linnaeus, bekend van de door hem ontwikkelde ordening van plantengeslachten, en de medicus Herman Boerhaave. De Sint-Catharinakapel werd verbouwd waarbij de bovenverdieping over het hele schip van de kerk werd doorgetrokken. In het koor, op de benedenverdieping, was tot 1672 een collegezaal met amfitheater voor de anatomische lessen. In de andere benedenruimte werden de theologiecolleges gegeven. De kleinste bovenruimte deed dienst als bibliotheek en in het grote bovenvertrek (het groot auditorium) werden de colleges in de rechten, medicijnen en wijsbegeerte gegeven. Hier vonden ook de promoties plaats.

Van 1643 tot 1719 was het onderzochte pand in gebruik als dienstwoning voor één van de professoren van de universiteit. In 1719 werd het pand verkocht waarna er naast professoren ook predikanten en heren, die behoorden tot de bestuurlijke elite, hebben gewoond. In de 18e eeuw is het pand verbouwd tot herenhuis. Volgens het jaartal boven de toegangsdeur, heeft deze verbouwing in 1754 plaatsgevonden. Bij deze verbouwing kreeg het gebouw de rijk gedecoreerde ingangspartij in Lodewijk XIV-stijl aan de zijde van de Academiestraat en de dubbele hardstenen bordestrap. Ook zullen destijds grotere vensters in de gevels zijn ingebracht, waarvan delen mogelijk nog aanwezig zijn in de huidige vensters, die in de loop van de tijd zijn aangepast. In het interieur dateert zeer waarschijnlijk een binnendeur met brede omlijsting met hardstenen neuten en een haardplaats met haardgewelf op de begane grond uit deze periode. Op zolder is een deel van een gebint vervangen. Het in potlood geschreven jaartal op het korbeel wijst erop dat dit in 1783 is gebeurd.

Op de begane grond en op de eerste verdieping is achter het huidige systeemplatenplafond een samengestelde balklaag bestaande uit moer- en kinderbalken. Onder de moerbalken zijn meerdere sleutelstukken van het type ‘schuine kant als profiel, waarin hol’. Mogelijk wijzen deze op een verbouwing van het pand in de 17e eeuw. Dit type sleutelstuk is namelijk enkele malen eerder in Harderwijk aangetroffen, onder andere aan de Grote Poortstraat 33. Gezien het aanwezige jaartal 1639 in de achtergevel van het pand aan de Grote Poortstraat 33 is een datering van het sleutelstuk in de 17e eeuw denkbaar.

De eenvoudig uitgevoerde sleutelstukken kunnen mogelijk toegepast zijn om de kosten te besparen. In het onderzochte pand wijst een sleutelstuk, waarin spinthout aanwezig is er bovendien mogelijk op dat gebruik werd gemaakt van tweedegraads bouwmateriaal om de bouwkosten laag te houden. Gewoonlijk werd constructiehout met spinthout niet toegepast aangezien in spinthout houtborende insecten kunnen zitten die structurele schade kunnen aanrichten.

In de 17e eeuw werd mogelijk een klein deel van de kelder verhuurd aan een weduwe die in het naastgelegen voormalige gasthuis van het klooster woonde. Aanwijzingen hiervoor zijn sporen van een tussenmuur in de kelder, sporen van een oudere keldertoegang aan de zijde van Klooster 17 en 19 (het voormalige gasthuis) en archiefgegevens daterend uit 1636.

Rond het midden van de 19e eeuw werden kort na de oprichting van het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk, gebouwen van het Sint-Catharinaklooster, ingericht als militair magazijn. Van 1867 tot 1907 was de Sint-Catharinakapel in gebruik als garnizoensbakkerij. Mogelijk is de kelder van het onderzochte pand destijds eveneens gebruikt voor militaire opslag. Hierop wijzen een aangebrachte tussenwand met zwaar uitgevoerde kelderdeur en betonnen dorpel. De zwarte roetvorming in het midden van de zijgevel aan de zijde van de kapel is waarschijnlijk ontstaan door een oven die hier mogelijk heeft gestaan in de periode dat de kapel in gebruik was als garnizoensbakkerij. Aan de onderzijde van het beroete deel steekt een anker uit het metselwerk. Dit zou een overblijfsel van de bevestiging van de boezem kunnen zijn.

Vanaf 1869 tot 1899 was de meisjesschool voor mulo in het pand gevestigd. Het onderwijzend personeel woonde in het linkerdeel (gezien vanaf de Academiestraat). In het rechterdeel was de school. Destijds waren er schoolmeisjes in de kost.

In 1905 werd de meisjesschool verbouwd tot tekenschool. Het plafond, in het linkerdeel van het pand op de eerste verdieping, werd verhoogd. Tevens werd aan de achterzijde een eenlaags lokaal aangebouwd. Tot die tijd heeft hier aan de achterzijde een tuinkoepel gestaan, dat mogelijk uit de 18e eeuw dateert. Hier kon de familie Elsevier die er destijds woonden hun gasten ontvangen. Deze tuinkoepel staat afgebeeld op een foto uit 1902.

Vanaf 1916 werd ook de Dienst Gemeentewerken in het gebouw gehuisvest. Deze heeft tot 1982 gebruik gemaakt van het pand. De tekenschool werd in 1931 opgeheven. Het huidige interieur bestaande uit voor- en tussenwanden, systeemplatenplafonds, toiletruimtes en trappenhuis dateert uit omstreeks 1981. Destijds is ook het dak vernieuwd.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/DZ58X6
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/DZ58X6
Provenance
Creator R.N. Halverstad
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Halverstad, Rachel
Publication Year 2025
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Halverstad, Rachel (Halverstad Archeologie en Bouwhistorie)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf
Size 27591531
Version 1.0
Discipline Humanities