Binnen alle vier de onderzoeksgebieden is sprake van een of meerdere verhoogde historische boerderijplaatsen, gelegen ten zuiden van een voormalige zeedijk uit de 13e eeuw. Voor alle vier de onderzoeksgebieden is de bodem overwegend intact en bevindt het terppakket zich direct onder bouwvoor/verstoorde bovenlaag. Binnen het terppakket is in alle gevallen enige gelaagdheid herkenbaar, maar het is niet mogelijk om een fasering te bepalen. Opvallend is dat de terplagen overwegend vondstarm zijn. Deels gaat het om schone ophogingslagen, die mogelijk opgebouwd zijn uit plaggen die uit de omliggende kwelder zijn gestoken. Uit het proefsleuvenonderzoek dat onlangs is uitgevoerd binnen een vergelijkbare boerderijplaats blijkt dat er wel sprake is van gelaagdheid, maar dat deze in boringen vrijwel niet herkenbaar is. Behalve uit ophogingslagen kunnen de terplagen ook bestaan uit relatief homogene omgewerkte akker - of teeltlagen (mededeling T.W. Varwijk). Dit kan een verklaring zijn waarom het onderscheid met de natuurlijke ondergrond in de boringen vaak moeilijk was te onderscheiden