In opdracht van Bureau Buitenweg heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied aan de Noorderstraat 76 in West-Graftdijk (gemeente Graft-De Rijp). In het plangebied zal de huidige bebouwing worden gesloopt en zullen nieuwe woningen worden gebouwd. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een procedure ten behoeve van een wijziging in het bestemmingsplan en was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.Op basis van het bureauonderzoek werden aan en direct onder het maaiveld archeologische resten verwacht vanaf de Late Middeleeuwen, die mogelijk verband houden met de veenontginningen en/of de historische kern van West-Graftdijk. Onder het veen kunnen mogelijk in de top van de eventueel aanwezige kwelderafzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer nog archeologische resten aanwezig zijn uit het Neolithicum. Volgens de geraadpleegde geologische kaart bevinden deze zich rond 2 m -NAP Teneinde deze verwachting te toetsen werd in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Tijdens het veldonderzoek is vanaf een diepte van gemiddeld 150 cm -mv en dieper lichtgrijze, zeer slappe en kalkloze klei aanwezig. Deze klei wordt geïnterpreteerd als afzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer. De top van dit pakket was niet humeus, dus er kan aangenomen worden dat het niet lang of helemaal niet aan het oppervlak gelegen heeft. Op de afzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer heeft zich veen ontwikkeld (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket). Dit veen wordt in tegenstelling tot de verwachting uit het bureauonderzoek niet geïnterpreteerd als veenmosveen, maar als rietveen, getuige het groot aantal rietresten. Rietveen groeit in gebieden waar de waterdiepte minder dan maximaal 2 m bedraagt. Riet produceert jaarlijks enorme hoeveelheden dood plantenmateriaal, waardoor de bodem van een plas snel wordt opgehoogd. Indien de waterdiepte minder dan 0,5 m bedraagt, verschijnen er andere plantengemeenschappen, waarbij met name zeggesoorten van belang zijn. In vier boringen is op het veen een pakket donkergrijze, overwegend matig humeuze klei waargenomen. Dit pakket zal zeer waarschijnlijk de postmiddeleeuwse overstromingsafzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren betreffen. Volgens de geraadpleegde geologische kaart zijn deze afzettingen ook ten zuiden van het plangebied gekarteerd, maar de kartering hield op tot de zuidelijk gelegen dijk (in de veronderstelling dat de dijk de overstromingsafzettingen heeft tegengehouden). Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat ten noorden van de dijk, en ook in het plangebied, deze afzettingen aanwezig zijn. Tijdens het veldonderzoek was gebleken dat het plangebied tot de Late Middeleeuwen te nat was voor bewoning. Ook werden in de archeologisch relevante niveaus geen aanwijzingen aangetroffen die konden wijzen op bewoning uit het verleden.ADC ArcheoProjecten adviseert om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij het bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet.
Noorderstraat 76 te West-Graftdijk (gemeente Graft-De Rijp)