Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Weteringpad 3 te Woubrugge, gemeente Kaag en Braassem (ZH) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Weteringpad 3 te Woubrugge, gemeente Kaag en Braassem (ZH)

DOI

Laagland Archeologie heeft in augustus een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Weteringpad 3 te Woubrugge. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de realisatie van een gebouw met 80 zorgstudio’s.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Op basis van het bureauonderzoek is het plangebied gelegen op de voormalige ontginningsas met de bebouwing van Woubrugge, het zogenoemde ‘bovenland’, dat gespaard bleef bij de vervening. In het plangebied is het Hollandveen aangetroffen onder ophogingen. Onder het Hollandveen Laagpakket bevinden zich kwelderafzettingen van het Laagpakket van Wormer. De ontginningsas van Woubrugge wordt het eerst vermeld in de 13e eeuw. Op het vroegste, geraadpleegde historische kaartmateriaal ligt het plangebied binnen het bebouwingslint van Woubrugge en is bebouwing aanwezig binnen het plangebied. In het onderzoeksgebied zijn vindplaatsen bekend vanaf de Late Middeleeuwen. Het bodemprofiel is vermoedelijk deels verstoord omdat vanaf de topografische kaart van 1950 sprake is van enkele recente bouwfases. Vanwege de grote diepte van de pleistocene ondergrond is de archeologische verwachting onbekend en weinig relevant omdat op deze diepte waarschijnlijk geen significante bodemverstoring zal plaatsvinden. Voor de periode Neolithicum geldt een matige archeologische verwachting, omdat in wezen weinig bekend is over de toenmalige landschappelijke ligging van het plangebied. De archeologische verwachting voor resten uit de periode Bronstijd tot Vroege Middeleeuwen is laag. In deze periode was het plangebied onderdeel van een veengebied.De archeologische verwachting is hoog voor de Late Middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Algemeen is een onverstoorde bodemopbouw aangetroffen, waarbij de meeste boringen gestuit zijn in cultuurlagen (boringen 1 en 4) of in een demping (boring 3).In de enige boring die naar de gewenste diepte gezet kon worden is een opeenvolging van (opgebrachte) cultuurlagen-op-Hollandveen-op-Laagpakket van Wormer aangetroffen. Het Wormer Laagpakket bestond bovenin (190 tot 250 cm -mv) uit kwelderafzettingen en dieper dan 250 cm -mv uit wadafzettingen. Op basis van de boven beschreven bevindingen kan de matige archeologische verwachting voor het Neolithicum en de hoge archeologische verwachting voor de periode Late Middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd worden gehandhaafd.Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems).Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).Wat betreft de diepere ondergrond. Consensus is dat een fundering op palen in een archeologievriendelijk bouwplan slechts een geringe schade aan het bodemarchief toebrengt.De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Kaag en Braassem, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer M. van Nieuwkoop, Omgevingsdienst West-Holland.Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-xzu-s4z9
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-xzu-s4z9
Provenance
Creator J. Wijnen
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor R.C.B. Steenbak; Laagland Archeologie
Publication Year 2024
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact R.C.B. Steenbak (Provincie Noord-Brabant)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/gml+xml; application/pdf; application/zip; text/xml
Size 1936; 4061772; 24818; 68516; 3289; 1190; 1343; 1815; 830; 1597; 2831; 10326; 5981; 1851; 1148; 1678; 1831; 2038; 2143; 2025; 1266; 1624; 2134; 1391; 1984492; 978; 1602; 177302; 1445; 977; 1280; 1604425; 907; 1208; 2963; 980; 38289; 3364; 2124; 2075; 1447; 1813; 1524; 2323; 310102; 43605; 1682; 336900; 310432
Version 1.0
Discipline Humanities