Een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van bureauonderzoek en boringen op kavel N14 te Luttelgeest, gemeente Noordoostpolder (Fl.)

DOI

De gemeente Noordoostpolder gaat ten zuiden van het dorp Luttelgeest nieuwe woningen bouwen. Het plangebied, dat de toponiem N14 heeft, heeft volgens de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW 2e generatie) een middelhoge verwachtingswaarde (afb. 1). Van het plangebied zijn drie boringen van de voormalige Rijksdienst IJsselmeerPolders bekend, waaruit blijkt dat het pleistocene dekzand zich hier ongeveer één meter beneden maaiveld bevindt. Eén van de boringen liet een intact podzolprofiel in het zand zien met een duidelijke A-, B- en C-horizont (RIJP-boring 528-186-07). In overleg met de Provinciaal Archeoloog van Flevoland, drs. A. Kerkhoven, besloot de gemeente Noordoostpolder in het plangebied een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van bureauonderzoek en boringen uit te laten voeren. Hiertoe werd opdracht verleend aan Archaeological Research & Consultancy (ARC bv). Het onderzoek is op 4 augustus 2004 uitgevoerd door drs. S.J. Tuinstra en mw. drs. M.J.M. de Wit.AanbevelingUit het onderzoek is naar voren gekomen dat het pleistocene dekzand naar het westen toe oploopt en dat zich mogelijke twee zandkopjes op het onderzoeksterrein bevinden, rond boringen 7 en 9. Uit de boringen blijkt dat de bodemopbouw van het terrein grotendeels niet intact is, alleen in boringen 6 en 8 is een restant van het veen. Bij de boorpunten 2, 3, 4 en 9 lijken restanten van een podzolbodem te zijn gevonden. Het oppervlak van deze podzolbodem is echter in geen van de boringen meer aanwezig. Dit betekent dat de laag waar in zich archeologische resten, zoals houtskool, aardewerkresten, vuursteen en dergelijke, kunnen bevinden niet meer aanwezig is. Alleen bij de bovengenoemde boorpunten zijn resten van een Bhorizont gevonden. Hierin zouden eventueel nog sporen aanwezig kunnen zijn. De kans deze in boringen te herkennen is echter gering. Hoewel het gezette boorgrid zeer extensief is, is het niet te verwachten dat zich op het terrein nog resten bevinden van een laag waarin archeologische indicatoren kunnen worden aangetroffen. Hoewel de top van het pleistocene zand zich op slecht een meter beneden maaiveld bevindt zijn er geen vondsten aangetroffen, niet in de boorkernen noch aan het oppervlak. Het lijkt daarom niet waarschijnlijk dat bij verder booronderzoek nog archeologie wordt aangetroffen. Daarom wordt aanbevolen geen verder onderzoek te verrichten en het terrein vrij te geven voor de voorgenomen aktiviteiten. Dit laat onverlet dat de uitvoerder alert dient te zijn op eventueel toch nog aanwezige sporen en deze, indien worden aangetroffen, alsnog onverwijld dient te melden aan het bevoegd gezag, dhr. A. Kerkhoven, provinciaal archeoloog te Lelystad.

Date: 2004

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-zza-yxnu
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-zza-yxnu
Provenance
Creator Wit, M.J.M. de; Buitenhuis, H.
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor b.u.l.k. archeologie, import; ARC b.v.
Publication Year 2009
Rights CC0 1.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0
OpenAccess true
Contact b.u.l.k. archeologie, import (DANS)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml
Size 2083950; 6667; 7380; 882; 4917
Version 2.0
Discipline Humanities